-
Lemurië en Atlantis
-
- Ervoor,
tijdens en daarna
-
-
-
onbegrijpelijke vondsten
-
-
-
Onderwaterruïnes in Japan
-
In
1995 ontdekte een sportduiker bij de zuidkust van de Japanse stad Okinawa in
zee een bouwwerk dat zo zwaar begroeid was met koraal, dat hij er niet zeker
van was of het werkelijk door mensenhanden was gemaakt. Een jaar later vond
een andere duiker daar in de buurt een stenen poort van op elkaar gestapelde
steenblokken, die nog volledig in tact was. Op die plaats was er namelijk
stroming in het water, waardoor de steenblokken niet door koraalaangroei
waren aangetast. Duidelijk was toen dat dit geen natuurlijke rotsformatie
kon zijn.
-
-
-
-
-
Die vondst leidde ertoe
dat beroepsduikers in de nabije omgeving gingen zoeken en meerdere locaties
vonden die niet dieper dan 30 meter onder de zeespiegel liggen. Het grootste
bouwwerk is ongeveer 72 meter lang, 27 meter breed en 13 meter hoog. Behalve gebouwen
waarvan de stijl overal dezelfde is, ontdekte men geplaveide straten,
trappen en pleinen. Hoewel niemand het volk kent dat in deze steden geleefd heeft,
lijken sommige bouwwerken opvallend veel op een bepaald soort rechthoekige
tempel die op Hawaï gevonden wordt. Nog frappanter is dat deze bouwwerken
ook lijken op sommige Peruaanse bouwwerken die door de Inca’s gemaakt zijn.
Hierover schreef Frank Joseph in zijn artikel ‘Japan’s underwater ruins’ in
het tijdschrift ‘Atlantis rising’.
-
-
Natuurlijk zouden we
verwachten dat die gebouwen niet meer dan een paar duizend jaar oud zijn.
Maar er zijn geen aanwijzingen voor een recente verzakking van de zeebodem,
zodat deze steden gebouwd moeten zijn in een tijd dat de zeespiegel veel
lager was dan tegenwoordig. En daarvoor moeten we op zijn minst 10.000 jaar
terug naar de ijstijden, toen er veel meer ijs was op de polen. Verder weg
naar het zuiden werd bij het eilandje Yonaguni dat ongeveer 65 kilometer uit
de kust van Taiwan ligt, ook al op 30 meter diepte een bouwwerk gevonden. En
dat monument lijkt weer veel op de tempels van de Azteken in Midden-Amerika.
Op zich is dat erg vreemd, omdat men van mening is dat de Incabeschaving en
die van de Azteken 1200 n.Chr. tot bloei kwamen, terwijl de daarop lijkende
gebouwen veel ouder moeten zijn. Dit valt niet te verklaren, tenzij de
theosofische leer juist is, dat de mensheid, bepaalde gebouwen en sommige
voorwerpen veel ouder zijn dan de wetenschap
verkondigt. Dezelfde opvatting lezen we ook in de oudste Indiase geschriften
en de bijbel.
-
-
Verloren gegane technische vaardigheden
-
-
Een en ander wordt bevestigd door de vondsten
van voorwerpen die getuigen van technische vaardigheden die onze
verwachtingen ver overtreffen. Zo vond men in Gizeh bij de grote piramide
een paar kommen van dioriet, welke steensoort zo hard is dat die niet met
een ander gesteente zoals kwarts bewerkt kan worden. Daarop waren
hiërogliefen ingekerfd, waarvan de lijnen 0.16 millimeter breed waren,
terwijl ze slechts 0.8 millimeter van elkaar waren gegraveerd.
Nog onbegrijpelijker is de vrij recente vondst in China, een beeldje van
jade dat minstens 5000 jaar oud is. Daarin ontdekte men een boorgat van 0.15
millimeter, zo klein dat zelfs een hoofdhaar daarin nog niet past. Dit is
absoluut onmogelijk als men alleen over de technieken had beschikt die men
tegenwoordig aan de oudheid toedenkt.
-
-
De wetenschap stelt dat de Hittieten er in
1500 v.Chr. voor het eerst in slaagden om ijzer te smelten, waarvoor een
temperatuur van 1300o nodig is. Toch hebben twee
vooraanstaande wetenschappelijke instituten in de U.S.A., het Smithoninan
Institute en het Bureau of Standards, voorwerpen onderzocht die bewijzen dat
er 7000 jaar geleden al staal werd gemaakt, terwijl ijzer veel eenvoudiger
te vervaardigen is. Want om staal te maken van ijzererts, moet er een
temperatuur van 1600o bereikt worden. En dan zijn we er
nog niet. Want aan de
kust van Ecuador werden platina sieraden ontdekt,
terwijl men recentelijk in Bulgarije een 5.000 jaar oude dolk heeft ontdekt
die was gemaakt van een legering van goud en platina. Zie de foto hiernaast.
En daarvoor moet de nog hogere smelttemperatuur van platina worden bereikt
(1770o), die de Europeanen pas in de 18e eeuw
hebben gehaald.
-
-
Bij die voorwerpen gaat het alleen om een
hogere temperatuur. Maar in het graf van de Chinese generaal Chow Chu (265-316
n.Chr.) werd een voorwerp gevonden, dat voor 85% uit aluminium
bestaat. De elektrolytische methode die men tegenwoordig toepast om
aluminium uit de grondstof bauxiet te winnen, werd pas in 1808 ontwikkeld.
Het feit dat die productie extreem veel energie kost, dwingt ons om te
accepteren dat men in de oudheid in staat was om geweldige hoeveelheden
elektriciteit op te wekken. En omdat het vast staat dat de Chinezen daar
2000 jaar geleden niet toe in staat waren, moeten we er wel vanuit gaan dat
het aluminium voorwerp veel ouder is. Hetzelfde geldt voor de genoemde
objecten van staal en platina, die hoogstwaarschijnlijk duizenden jaren vol
eerbied van de ene persoon op de andere zijn doorgegeven, zonder dat men in
die tijden nog
iets wist van de aard en de productie van die gebruiksvoorwerpen.
-
-
In 1936 vond men bij opgravingen in Khuyut
Rabbou’a vlakbij Bagdad een kruik met een koperen holle cilinder, waarin een
ijzeren staaf zat die hoogstwaarschijnlijk dienst had gedaan als elektrode.
De randen van de koperen cilinder waren vast gesoldeerd met een mengsel van
lood en tin, terwijl asfalt werd gebruikt als isolerende stof. Wat had het
voor zin om een batterij te maken, als men vroeger niets wist van
elektriciteit? In Peru werden voorwerpen ontdekt die zodanig waren verkoperd
en verzilverd, dat het erop leek dat die lagen elektrolytisch waren
aangebracht. En nog veel ouder was de geode (een holle steen die aan de
binnenkant is bedekt met kristallen) die in 1961 in Californië werd
gevonden. Binnenin ontdekte men een rond stuk keramiek met in het midden een
laagje metaal van twee mm. Toen men daarvan een röntgenfoto maakte, zag men
een zeshoekig metalen omhulsel dat weinig anders kon zijn dan een stenen
isolator met een metalen koker. Mogelijkerwijs waren dat onderdelen die de
basis vormden van een elektrisch voorwerp. De afdrukken aan de buitenkant
waren tenminste 500.000 jaar oud, de binnenkant was nog veel ouder.
-
-
In de Agastya Samhita, een naar schatting 3800
jaar oud Indiaas manuscript, vinden we de instructies om een batterij te
maken. Die tekst is weinig opzienbarend. Maar in datzelfde geschrift lezen
we dat die elektrische stroom water kan scheiden in zuurstof en waterstof.
Wat dat principe betreft, verwacht men dat we over 20 jaar de eerste
bruikbare waterstofauto’s hebben ontwikkeld. Het principe daarachter is
eenvoudig. Waterstof reageert in de brandstofcellen op toegevoegde
zuurstof en wordt dan omgezet in water. Tijdens dat proces komt er
elektriciteit vrij, die kan worden gebruikt om een elektromotor aan te
drijven. Dit betekent dat men in de oudheid dus wist dat water door
elektriciteit in waterstof en zuurstof kan worden omgezet, terwijl we nu ook
weten dat die elektriciteit weer vrij komt, als die waterstof zich opnieuw
met zuurstof kan verbinden tot water.
-
-
In Oostenrijk werd een gepolijste stalen kubus
gevonden in een kolenlaag die miljoenen jaren oud is. En al helemaal niet
meer te bevatten zijn de bollen die in Zuid-Afrika zijn gevonden in een 2,8
miljard jaar oude laag van pyrofiliet, een mica-achtige mineraalsoort. Deze
bollen waren allemaal gemaakt van limoniet, een soort ijzererts, terwijl de
bollen zelf veel harder zijn dan het erts. Dat maakt de oorsprong
raadselachtig. Het verslag van die bollen vinden we in het boek ‘Forbidden
Archeology’ van de auteurs Cremo en Thompson. Voor de leek is de juistheid
van deze vondst moeilijk te beoordelen. Zo lezen we ergens dat Cremo als
bronvermelding voor deze bollen het tijdschrift ‘Weekly World News’
aangeeft, welk blad gespecialiseerd zou zijn in het brengen van zelfbedacht
sensatienieuws. “Overenthousiasme” en verdachtmaking zijn soms heel moeilijk
te scheiden.
-
-
Naast de onzekerheid of bepaalde mededelingen
wel juist zijn, is er bij dit soort vondsten nog het interpretatieprobleem,
waarvan ik ook een voorbeeld geef. Toen Erich von Däniken de hiernaast
staande figuur ontdekte in de Egyptische tempel van Hathor (Denderacomplex),
bespeurde hij daarin een gloeilamp met een bij behorende kabel en batterij.
Daarmee was het voor hem een uitgemaakte zaak, dat deze figuur bewees dat de
oude Egyptenaren gebruik hadden gemaakt van elektriciteit. Volgens de
traditionele verklaring van de Egyptologen zien we hier echter een lotus met
een slang erin. Welke verklaring is dan juist? Misschien zullen we het nooit
weten. Maar zo’n grote onnatuurlijke lotus in die vreemde positie met een
dergelijke langdradige wortel lijkt mij het minst realistisch. Een en ander
betekent dat we erg kritisch moeten zijn bij de beoordeling van dit
soort vondsten. Toch neemt dat niet weg dat talloze vondsten de opvatting
ondersteunen dat de mens veel ouder is dan nu gedacht wordt, en zelfs al
leefde in het tijdperk van de dinosauriërs.
-
-
het ontstaan van de Atlantis- theorie
-
-
De eerste vermelding dat er een oude
beschaving is geweest die volledig verloren is gegaan, vinden we in de
geschriften van Plato die in de 4de eeuw voor Christus leefde. In
zijn boeken Timaios en Kritias beschrijft hij een gesprek tussen Solon
en enkele Egyptische priesters uit Saïs. Die stad die nu Sa el-Hagar heet,
was in de 6de eeuw v.Chr. de Egyptische hoofdstad, gelegen in de
delta van de Nijl. Solon, één der zeven wijzen uit de oudheid en de eerste
wetgever van Athene, had zijn volk laten zweren dat zij de door hem
ingestelde wetten gedurende de eerste tien jaren niet zouden wijzigen,
waarna hij op reis was gegaan (570- 560 v.Chr.). Hij belandde toen in
Egypte, waar de priesters de Griekse staatsman vertelden dat er 9000 jaar
geleden een belangrijk eilandenrijk was vergaan in de Atlantische Oceaan.
Dat rijk dat Atlantis werd genoemd, was 3000 stadiën lang (575 km) en 2000
stadiën breed (380 km) en daarmee groter dan Klein-Azië (een deel van
Turkije) en Libië (een deel van N.Afrika) samen. Verder werd hem gezegd dat
het eiland voorbij de zuilen van Hercules (de rotsen van Gibraltar en het
Atlasgebergte in Marokko) lag in de Atlantische Oceaan. Dit gesprek had
Plato gehoord van zijn grootvader Kritias, die dat weer vernomen had van
zijn voorvader Dropides, die familie en vriend was van Solon. De Egyptische
priesters hadden destijds het volgende gezegd.
-
-
”Solon,
jullie Grieken zijn altijd kinderen gebleven. Een oude Griek bestaat niet,
want in uw zielen bezit ge geen greintje geloof dat van oudsher door de
traditie is overgeleverd en geen wetenschap die met de tijd is gerijpt. In
de loop van de geschiedenis is de mensheid herhaaldelijk met totale
ondergang bedreigd en zo zal het blijven. Bij u wordt het verhaal verteld
hoe Faëton, de zoon van Helios, toen hij de wagen van zijn vader had
ingespannen en niet bij machte was die in de baan van zijn vader te houden,
alles op aarde verbrandde en zelf door de bliksem werd getroffen. Dit wordt
verteld als een sprookje, maar de ware toedracht is de afwijking van de
hemellichamen die zich om de aarde bewegen, en de met grote tussenpozen
voorkomende vernietiging van alles wat op aarde is door machtig vuur. In ons
land brengt de Nijl dan redding door uit te zwellen. Ook reinigen de goden
de aarde door overstromingen.
-
-
Daarom beschouwt men wat
hier bewaard is gebleven als zeer oud. Als er ooit ergens dingen zijn
gebeurd, waarvan wij weten dat zij roem of eer opleverden, of iets anders
dat de moeite waard was, is dat allemaal van oudsher hier opgeschreven en
bewaard in de tempels. Bij u en andere volken is keer op keer het schrift
uitgevonden en al het andere dat nodig is in een staat. En dan barstte
opnieuw na het gebruikelijke aantal jaren de onvermijdelijke zondvloed los,
en bij u bleven alleen ongeletterden en onontwikkelden over, zodat ge er
weer opnieuw voorstond als een kind zonder iets te weten van wat in dit en
uw land in vroeger tijden is gebeurd. Daarom zijn in feite uw
afstammingsmythen nauwelijks meer dan sprookjes. Om te beginnen herinnert ge
u maar één zondvloed, terwijl er daarvoor al vele geweest zijn.
-

-
Solon
|
-
-
In die tijd lag er een
eiland voor de zuilen van Hercules, groter dan Klein-Azië en Libië samen.
Reizigers van toen konden van daar naar de andere eilanden oversteken en zo
naar het gehele tegenoverliggende continent dat de oceanen omsloot. Later
waren er ongekende aardbevingen en overstromingen en toen kwam het
afgrijselijke etmaal waarin alle strijders uit Athene ineens door de aarde
zijn verzwolgen. Ook het eiland is door de zee opgeslokt en verdwenen.
Daarom is de zee daar ontoegankelijk. Er ligt een geweldige hoop modder in
de weg. Die wierp het eiland op toen het verzonk.
-
-
En Solon, vóór de grootse
zondvloed muntte de stad die nu Athene heet uit in oorlog voeren, en was zij
onovertroffen in wetgeving op elk gebied. Vele indrukwekkende en
opmerkelijke feiten zijn over die stad van u opgeschreven. Maar één ervan is
wel bijzonder groots en heldhaftig. De geschiedenis vertelt dat uw stad op
een keer een geweldige troepenmacht tot staan heeft gebracht die komend
vanuit de richting van de Atlantische Oceaan met veel bravoure tegen heel
Europa en Klein-Azië optrok. Op het eiland Atlantis bestond een machtig en
indrukwekkend verbond van koningen die heersten over het hele eiland.
Bovendien voerden zij nog de heerschappij over Libië tot aan Egypte.
-
-
Op een gegeven moment
maakte de hele troepenmacht, in één leger verzameld, zich op om het hele
gebied bij u en bij ons en alles wat binnen de zeestraat ligt in één klap te
onderwerpen. Toen heeft de hele wereld kunnen zien tot wat voor moed en
kracht uw stad in staat was, want qua moreel en krijgskunde overtrof zij
alle volkeren. Eerst als aanvoerder van de Grieken en later, toen zij alleen
kwam te staan omdat anderen haar in de steek lieten, heeft zij de grootste
gevaren getrotseerd, de binnendringers overmeesterd en gezegevierd. Ons
allen die aan deze kant van de zuilen van Hercules wonen (rondom de
Middellandse Zee) heeft zij in één groots gebaar bevrijd. Later waren er
ongekende aardbevingen en overstromingen, en toen kwam het afgrijselijke
etmaal waarin al uw strijders ineens door de aarde zijn verzwolgen. Ook het
eiland Atlantis is door de zee opgeslokt en verdwenen.”
-
-
Deze tekst geeft ondubbelzinnig aan dat het
eiland Atlantis zo groot geweest moet zijn als Ierland, terwijl dat ergens
midden in de Atlantische Oceaan heeft gelegen. Later heeft men daarvan de
hiernaast staande geografische schets gemaakt. Of die klopt, weten we
natuurlijk niet. Wel weten we dat Plato in dit opzicht door de moderne
wetenschap niet serieus wordt genomen. Dat blijkt bij voorbeeld uit het feit
dat men dit verslag als een verzinsel opvat en meent dat hij het piepkleine
Griekse eilandje Santorini (Thera) bedoeld moet hebben. Nu is de oppervlakte
daarvan ongeveer 76 m2, maar vroeger was dat iets groter,
terwijl Plato een gebied had aangegeven dat 3000 maal zo groot
was.
-
-
Bij dat oordeel baseert men zich onder anderen
op teksten die suggereren dat de oude Grieken geloofden dat de aarde een
platte schijf is, waardoor zij de veilige Middellandse Zee niet durfden
verlaten. Buiten deze groteske onderschatting van de kennis uit de oudheid,
gaat men “gewetenloos” voorbij aan het heilige ontzag dat alle ingewijden
hadden voor de overleveringen uit de oudheid. Alleen al daardoor is het
ondenkbaar dat Plato een dergelijk verhaal kon verzinnen. Zoiets kan alleen
worden bedacht door mensen die evenals de oude Grieken nog niet beschikken
over een wetenschap die met de tijd is gerijpt. Daar komt nog bij dat ook
Plato naar Egypte is gegaan. En dat maakt het aannemelijk dat hij het
verslag van de alom gerespecteerde Solon gebruikte om zijn eigen kennis over
Atlantis te maskeren. Daarmee doel ik met name op het geheime gedeelte
daarvan, dat men in die tijd niet mocht openbaren.
-
-
Plato was overigens niet
de enige die in zijn tijd verwees naar Atlantis. Zo lezen we in de veel
oudere Odyssee van Homerus dat er een volk had bestaan dat de naam Atlantes
droeg. Ook Herodotus, een Grieks
geschiedschrijver uit de 5de eeuw v.Chr. sprak over de
Atlantes, een West-Afrikaans
volk dat zijn naam gegeven had aan het Atlasgebergte. En Apollonius van
Rhodos die in de 3de eeuw v.Chr. bibliothecaris was in
Alexandrië*, schreef: “Met
al hun kracht overwonnen ze de stroming. 's Avonds gingen ze aan land op het
eiland Atlantidn. Orpheus vroeg hun dringend om de riten van het eiland niet
te verstoren, evenmin als de geheimen, de wetten, de zeden en de heilige
werken. Alleen dan zouden ze zich op de gevaarlijke zee kunnen verzekeren
van de steun des hemels (Poseidon). Meer durf ik over deze dingen niet te
zeggen.”
-
-
*
Hij was de vierde bibliothecaris van deze
beroemde toen nog niet verwoeste bibliotheek, die naar schatting zo’n
700.000 werken uit de oudheid had opgeslagen.
-
-
Verder verklaarde een zekere Aelianus in de 2de eeuw v.Chr.
dat Theopompus, een vriend van de grote veroveraar Alexander de Grote, een gesprek had
afgeluisterd tussen koning Midas van Frygië en de wijze Silenus. Daarbij
zinspeelde de laatste op een groot vasteland (Meropis) dat ooit aan de
andere kant van de oceaan had gelegen. De inwoners van die tijd
zouden tweemaal zo groot en tweemaal zo oud zijn geworden als
tegenwoordig. In dat gebied waren vele steden waaronder Eusebes en Machimos.
In Eusebus was het leven overvloedig en de mensen leefden gelukkig, terwijl
Machimos constant streed met de naburige naties.
-
-

-
Poseidon
|
-
Diodorus die ten tijde van Caesar en keizer
Augustus leefde, schreef dat de Atlantiërs zich erop beroemden dat alle
goden in hun land waren geboren. Dat Uranus naar zijn zeggen hun eerste
koning was geweest, sluit aan bij de opmerking van Plato dat de geschiedenis
van Atlantis begint bij de verdeling van het grote continent door Neptunus,
die de kleinzoon was van Uranus. Tot slot
verwees de neoplatonist Proclus in de 5de
eeuw n.Chr. naar een schrijver uit de oudheid, die had opgetekend dat er
voorbij de zuilen van Hercules een groep eilanden lag. En op één eiland in
de Atlantische Oceaan circuleerde destijds de overlevering dat een groot
eiland, Atlantis geheten, die eilandengroep had beheerst. Ik kom daarop nog
terug, omdat de Egyptische chronologie vermeldt dat er in de oertijd (naast
de gewone nog zeer primitieve mensen) goden op de aarde waren. Daarna
bleven de halfgoden en uiteindelijk "alleen nog maar" de koningen over. En
bij die mensen die op een bepaald moment ook niet meer incarneerden, denken
we dan aan Uranus, Neptunus (Poseidon), Hercules, Hermes enz.
-
-
Deze kennis
van Atlantis ging verloren na de ondergang van Rome. De herhaalde
verwoestingen van de grote bibliotheek in Egypte was daarvan misschien wel
de hoofdoorzaak. In de late Middeleeuwen raakte men in het
westen geïnteresseerd in de leringen van de Grieks-Romeinse oudheid,
waardoor de werken van Plato opnieuw onder de aandacht kwamen. En daarmee
kwam vanzelf het bestaan van Atlantis weer ter sprake. Als gevolg daarvan
legden sommige mensen na de ontdekking van Amerika een verband tussen De
Nieuwe Wereld en Atlantis, zonder daar iets mee te kunnen doen. In die tijd,
toen Amerika werd ontdekt door Columbus, noemden enkele inheemse stammen dat
land Atlanta. De Azteken die door de Spanjaard Cortez werden uitgemoord,
beweerden dat hun volk afkomstig was van een land uit het noorden dat zij
Aztlan noemden. De Tolteken spraken van Atlan of Aztlan. En de Popol Vuh van
de Maya’s noemt de plaats Atitlan, gelegen tussen de gelijknamige vulkaan en
dito meer. De Parias tenslotte, een blanke Indianenstam, woonde vroeger in
het dorpje Atlan in Venezuela. Zij bezaten een overlevering van een
natuurramp die hun eiland in de oceaan had verwoest. Hieruit blijkt dat deze
volkeren veel ouder moeten zijn dan de 13de eeuw n.Chr. wat nu
gesteld wordt.
-
-
-
Donnelly
Blavatsky
|
-
Een zeer belangrijk moment in dit verband was
het jaar 1882 toen Ignatius Donnelly zijn boek ‘Atlantis, The Antediluvium
World’ liet publiceren. Daarin toonde hij aan dat er een opmerkelijke
overeenkomst is tussen Europa en Amerika aangaande de bouwstijl van oeroude
bouwwerken, overgeleverde mythologische verhalen, oude tekens (hiëroglyfen)
en astrologische opvattingen. Omdat Darwin net vóór hem had ontdekt dat er
een opvallende gelijkenis bestaat tussen de fossielen die gevonden zijn in
Afrika én in Zuid-Amerika, veronderstelde Donnelly dat er ooit een
verbinding geweest was tussen die beide continenten. In zijn boek schreef
hij:
-
-
“Indien onze
kennis van Atlantis groter was, zou ongetwijfeld blijken dat in elk opzicht
waarin de bevolking van Europa overeenkomst vertoont met de bevolking van
Amerika, zij beide overeenkomen met de bevolking van Atlantis. Die
overeenkomst blijkt te bestaan in de bouwkunst, de beeldhouwkunst, de
scheepvaart, de graveerkunst, de schrijfkunst, het gevestigde priesterschap,
de manier van eredienst, de landbouw en de aanleg van wegen en kanalen. Het
is redelijk te veronderstellen dat dezelfde overeenkomst zich over alle
kleinere details uitstrekte.”
-
-
Het was echter niet Donnelly maar Blavatsky,
een Russin die in het Tibetaans boeddhisme was ingewijd, die de grootste
invloed had bij de vestiging van de aandacht op Atlantis. Zij voerde de naam
Lemurië in, de beschaving der eenogige cyclopen die volgens die Tibetaanse leer aan
Atlantis vooraf was gegaan. In haar mythologisch zeer goed onderbouwde boek
‘De geheime leer’ ging deze grondlegster van de theosofie dwars in tegen de
traditionele opvatting van de geschiedkundigen, die alle mythologische
verhalen en overleveringen toen afdeden en ook nu nog fdoen als sprookjes.
-
-
Deze voorgangers werden opgevolgd door een
niet aflatende reeks onderzoekers, die zich niet lieten afschepen met de
geijkte traditionele wetenschappelijke verklaringen. Maar even kortzichtig
als veel archeologen zich vasthouden aan onhoudbare opvattingen, bedenken
veel alternatieve onderzoekers alles wat er in hun kraam te pas komt. Mede
daardoor is er een tweespalt ontstaan, die in een bepaald opzicht te
vergelijken is met de strijd tussen de reguliere en de alternatieve
geneeskunde. Ook die strijd zal door niemand worden gewonnen. De integratie
heeft alleen veel tijd nodig.
-
-
betekenis van de namen LEMURIë EN ATLANTIS
-
-
Lemurië
-
De naam Lemurië is gelanceerd door de Engelse
bioloog Sclater, die tussen 1850 en 1860 tot de conclusie kwam dat er
vroeger tussen Madagaskar, Ceylon (Sri Lanka) en Sumatra een continent
gelegen moest hebben op de plaats waar nu de Indische Oceaan ligt. Op die
manier verklaarde hij het vreemde verschijnsel dat
sommige diersoorten op
meerdere plaatsen rond de Indische Oceaan voorkomen. Dat veronderstelde
gebied vernoemde hij naar de lemuren, een halfaap met een spitse snuit, die eveneens in enkele gebieden rond de Indische Oceaan
voorkwam. Blavatsky deelde die opvatting en nam die naam over, maar beperkte
zich niet tot het “grondgebied” van de Indische Oceaan. Zij ging er vanuit
dat delen van Lemurië ook hadden gelegen tussen Australië en Amerika. Wat
dat gebied betreft, vermeldde Churchward in zijn lezenswaardige boek ‘Het verloren
werelddeel Mu’ de hieronder staande tekening.
-
-
Om het mogelijke
verband tussen de namen Mu en Lemurië te vinden, moeten we terug naar de
Romeinse tijd. Lemuria was toen de naam van een reusachtig eilandkoninkrijk
dat overzee in het Verre Oosten (Indische Oceaan) gelegen zou hebben en na
zijn verzinking de woonplaats was geworden van de verontruste Romeinse
zielen. Die overlevering had ertoe geleid dat Lemuria in het oude Rome een
jaarlijks ritueel was geworden, uitgevoerd door het hoofd van elk
huishouden, met het doel om de geesten van de overledenen te kalmeren. Deze
ceremonie was ingesteld door Romulus als boetedoening voor de moord op Remus,
welke broeders beschouwd worden als de stichters van Rome. In de vroege 19de
eeuw, toen de Engelse biologen een naam zochten om de primitieve
boomprimaten te beschrijven die in Madagaskar werden gevonden, kozen zij
daarvoor de term lemuren, omdat die halfapen grote schitterende ogen hebben,
vergelijkbaar met de ogen van de onrustige zielen uit Lemuria, zoals die in
de Romeinse mythe zijn beschreven.
-
-
Opvallend is dat de namen van de beide broers
werden uitgesproken met het accent op de tweede lettergreep: Ro-MU-lus en
Re-MU-s. Dit suggereert dat er tijdens hun leven een verband was tussen de
namen Lemuria en Mu. Maar misschien is dat te ver gezocht. Toch blijkt
uit meerdere dingen dat de naam Mu in de oudheid op verschillende plaatsen
bekend is geweest. Zo wordt de eerste keizer van Japan herinnerd als Jim-MU,
terwijl zijn directe nakomeling Ka-MU, één van de legendarische stichters
was van de Japanse maatschappij. Een andere voorouderlijke keizer was Tem-MU.
In dat verband is het opvallend dat er in het noorden van Japan een rivier
loopt met de naam Mu. Die rivier was heilig, omdat die de eerste
halfgoddelijke wezens in het land vervoerde. In het Japans en Koreaans
betekent het woord ‘Mu’ overigens “dat wat niet (meer) bestaat”.
-
-
De naam Mu die volgens Churchward ‘moeder’
betekent, afgeleid van ‘moederland’, vinden we ook terug in het Troana
manuscript, een Mayaboek dat in Yucatan (Mexico) is geschreven. De naam Mu
is daarin geschreven met dezelfde symbolen die we in India, Birma en Egypte
aantreffen. Ook in de codex Cortesianus, een ander Mayaboek, komen we die
naam tegen. Veel verder op de eilanden in de Stille Oceaan werd het steeds
terugkerende verhaal vernomen van een verdwenen moederland. Op Kaua’í
vertelden de bewoners over de Mu die in een grijs verleden aankwamen vanaf
een drijvend eiland. Het belangrijkste voorouderlijke verhaal bij de
bewoners van Hawaï was de Ku-MU-lipo, waarin melding wordt gemaakt van een
verschrikkelijke vloedgolf die de wereld lang geleden verwoestte. En
tenslotte is het opvallend dat alle geschriften uit Azië zeggen dat het
moederland Mu in het oosten lag, terwijl de Amerikaanse geschriften spreken
van een land dat in het westen lag. Mu moet zodoende een gebied zijn geweest
in de Stille Oceaan.
-
-
Opvallend is dat de
golflijntjes van de letter M(u) in het verleden altijd symbool stonden voor
water. Tenslotte is mu ook nog de 12e
letter van het Griekse alfabet.
Hoewel de juistheid ervan wordt aangevochten, plaatste
Churchward het Griekse alfabet in een geheel andere context dan
gebruikelijk. Hij schreef dat de Griekse taalkundigen het Atheense alfabet
in 403 v.Chr. (Plato was toen 24 jaar oud) hadden herschikt in de
tegenwoordige vorm, terwijl het Oudgriekse alfabet uit Maya-woorden was
samengesteld, woorden die een heldendicht vormden over de vernietiging van
Mu. Of dit juist is of niet, wonderlijk is in elk geval wel de samenhang
tussen het Griekse alfabet en de Maya-talen. Daarom heb ik die interpretatie
in zijn geheel overgenomen, waarbij naast de Griekse letters de Cara-Maya
betekenis staat die de letters oorspronkelijk zouden representeren. De
Cara-indianen leefden destijds in Ecuador en zijn toen door de inca's
overwonnen. Het is opvallend hoeveel Japanse woorden met die Cara-taal en de
Inca-taal overeenkomen.
-
-
Grieks
-
Alfa
-
Beta
-
Gamma
-
Delta
-
Epsilon
-
Zeta
-
Eta
-
Theta
-
Iota
-
Kappa
-
Lambda
-
Mu
-
Ni
-
Xi
-
Omikron
-
Pi
-
Rho
-
Sigma
-
Tau
-
Upsilon
-
Phi
-
Chi
-
Psi
-
Omega
|
-
Cara-Maya
-
al-páa-ha
-
be-ta
-
am-ma
-
tel-ta
-
ep-zil-on-om
-
ze-ta
-
et-ha
-
thetheha-ha
-
io-ta
-
ka-páa
-
lam-be-ta
-
Mu
-
ni
-
xi
-
om-ik-le-on
-
pi
-
la-ho
-
zi-ik-ma
-
ta-u
-
u-pa-zi-le-on
-
pe-hi
-
chi
-
pe-zi
-
o-mec-ka
|
- Vertaling
-
Hevig
breken de wateren
-
zich
uitbreidend over de vlakten.
-
Zij bedekken de landen
-
in lage plaatsen waar
-
belemmeringen zijn, schorren vormen en draaikolken
-
strijken
over de aarde
-
met
water.
-
De
wateren spreiden
-
over alles wat leeft en beweegt.
-
Belemmeringen bezwijken en
-
ondergedompeld is het land
-
Mu.
-
Alleen pieken.
-
verschijnen boven de wateren.
-
Wervelwinden waaien rondom
-
en beetje bij beetje
-
totdat er
komt
-
koude
lucht. Vroeger
-
waar
valleien bestonden, zijn
-
nu
afgronden en koude diepten. Rond de steden
-
is modder gevormd.
-
Een mond
-
opent,
dampen
-
komen op en vulkanisch
bezinksel.
|
-
-
Deze opmerkelijke overeenkomst tussen het oudste Griekse
alfabet dat in het jaar en de taal van de Cara indianen is in wetenschappelijk opzicht onmogelijk, omdat de
wetenschap de theorie verwerpt dat er in oude tijd contact is geweest tussen
Europa/Afrika, Amerika en Azië. Er zijn echter talrijke vondsten die bevestigen
dat die contacten er wel zijn geweest. Zo heeft men ontdekt dat er
overeenkomst is tussen de taal der Micmac indianen (Oost-Canada) en het
Baskisch. Die taal kwam in de 16de eeuw ook overeen met de taal
van sommige Zuid-Amerikaanse stammen. Daardoor konden Spaanse missionarissen
in het gevolg van Cortez, de vernietiger van de Azteekse beschaving, zich
soms in hun eigen taal verstaanbaar maken. Verder beschrijft Plato het een
en ander over de Midden- en Zuid-Amerikaanse landbouw. Hoe kan dat? En hoe
verklaren we de sporen van Amerikaanse cocaïne die zijn gevonden in een
aantal Egyptische mummies?
-
-
Atlantis
-
Niemand weet meer wat de oorspronkelijke
betekenis was van de naam atlantis. Maar enig spitwerk maakt het een en ander
misschien toch iets duidelijker. Om te beginnen is er een opvallende
overeenkomst tussen de begrippen At-lantes, het volk dat in de Odyssee wordt
genoemd, de god At-las en de stad At-tica uit het oude Griekenland die nu
At-hene heet.
-
-

-
Atlas
Athena
|
-
Het goddelijke element daarvan vinden we terug in de god
Atlas, de godin Athena, het begrip At-ziluth wat de goddelijke sfeer is van
de kabbalisten en het Indiase begrip at-man, de goddelijke geest.
Mogelijkerwijs komt zelfs de naam A(t?)z-oren daar vandaan, de eilandengroep
die midden in de Atlantische Oceaan ligt. In dat verband zou die naam naar
het eiland verwijzen waar goddelijke ofwel zeer hoogontwikkelde mensen hebben
gewoond. Verder lijkt het erop dat de relatie tussen God en de Vader ertoe
heeft geleid dat het voorvoegsel ‘At’ in de loop der tijd de medebetekenis
van vader heeft gekregen. Denk daarbij aan At-tila, de gevreesde “god-vader”
van de Hunnen of Ata-türk, de vader der Turken. In het Hebreeuws is dat
ab-ba. In de bijbel lezen we: “En de stadhouder zeide tot hen: Welke van
deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? Jezus of Barabbas. En zij zeiden:
Barabbas”. (Matt 27:20, 21). De naam van deze moordenaar betekent ‘zoon van
God’, wat de vraag doet ontstaan of de optekenaars van dit verhaal wel begrepen wat ze opschreven.
-
-
De Azteken die in de 12de eeuw in
Mexico verschenen, beweerden zoals gezegd afkomstig te zijn van een land uit
het noorden dat Aztlan heette. Bij de Nahuatl-Indianen is “atl” water en
oorlog, terwijl Atlan zoiets betekent als “aan de oevers gelegen, midden in
het water.” Nahuatl is de taal die gesproken werd door de Azteken, maar nu
nog de belangrijkste Indiaanse taal is in Mexico. Woorden als avocado,
chocolade, coyote en tomaat komen daar vandaan. In dat verband is opvallend
dat er in Mexico veel plaatsnamen zijn, waarin de wortel atl(an) voorkomt.
Dat zijn bijvoorbeeld Atlán, Autlán, Mazatlán, Cihuatlán, Cacatlán,
Tecaltitlán, Tihuatlán, Atitlán, Zapotlán, Minititlán, Ocotlán, Miahuatlán,
Tecaltitlán, Tepatitlán, Tihuatlán of Texiutlán.
-
-
Naast de namen Lemurië en Atlantis kennen we
ook de naam Pangaea, welk begrip hiermee niets te maken heeft, omdat het
voortkomt uit de wetenschappelijke opvatting dat al die grote rampen zich
nooit hebben voorgedaan. Conform de theorie van Wegener neemt men aan dat de
werelddelen Amerika, Afrika en Europa geleidelijk en rustig uit elkaar zijn
gedreven, waarbij het vaste land vroeger één eiland was, Pangaea genoemd
(pan is alles, Gaia is aarde). Dat daarvoor iets te zeggen valt, blijkt uit
het feit dat Europa/Afrika en Amerika vrij aardig aan elkaar passen, als ze
tegen elkaar geschoven worden. De veronderstelling dat Lemurië en Atlantis
hebben bestaan, veronderstelt echter dat er meerdere rampen zijn geweest van
zo’n geweldige omvang, dat complete werelddelen zijn verzonken en weer
opgekomen. Dat betekent dat de Pangaea-theorie niet te rijmen valt met het
bestaan van Lemurië en Atlantis.
-
-
Lemurië en/of Atlantis?
-
-
De naam Mu die even bekend is als Lemurië,
wordt daaraan doorgaans gelijkgeschakeld, terwijl er evenmin onderscheid
wordt gemaakt tussen Lemurië en Atlantis. Even gemakkelijk spreekt men dus
van Atlantis, Mu of Lemurië. Het enige verschil is topografisch van aard.
Want Atlantis plaatst men in de Atlantische Oceaan, terwijl Mu en Lemurië in
de Indische Oceaan en de Pacific worden gedacht. Dat is verwarrend, temeer
daar er qua bouwstijl een wezenlijk verschil is tussen de bouwwerken met
gewone afmetingen en die bouwwerken die door
 hun hoogte en omvang door
reuzen gemaakt lijken te zijn. De zonnepoort in Tiahuanaco (Bolivia) is
daarvan een voorbeeld, wat ook geldt voor de ontzagwekkende stenen uit Carnac. Alleen al dat verschil in bouwstijlen vereist dat we daarbij een
fundamenteel onderscheid maken. Dit lesmateriaal onderschrijft de visie van
Blavatsky dat die gigantische bouwwerken onwaarschijnlijk oud zijn. Daardoor
heeft de tand des tijds daaraan zo geknaagd, dat niets meer verwijst naar de
mensen die ze oorspronkelijk gebouwd hebben. Blavatsky onderscheidde in dat
opzicht Lemurië van Atlantis en gaf de naam Lemurië aan de beschaving die
aan Atlantis vooraf was gegaan. In dat verband waren de Lemuriërs
cyclopische eenogige wezens, de reuzen van de oudheid die alle grote
bouwwerken neer hebben gezet. De latere
Atlantiërs waren veel kleiner en uiteindelijk zelfs “normaal” van postuur.
-
-
Bij de verkondiging van deze opvatting doet
zich het bijna onoverkomelijke probleem voor, dat de invloed van de
theosofische leer op de Atlantis-visie behoorlijk groot is, terwijl die leer
een andere tijdindeling kent dan de moderne wetenschap, waardoor de overgang
van Lemurië naar Atlantis niet gedateerd kan worden. Blavatsky stelde
bijvoorbeeld dat de mens als stoffelijk wezen 18½ miljoen jaar geleden tot
ontwikkeling kwam, terwijl ze ook schreef dat de Lemurische oermens al in
het secondaire tijdperk leefde (Trias, Jura en Krijt), samen met de
reuzenhagedissen. En daarvan weten we dat die volgens de wetenschappelijke
tijdberekening 65 miljoen jaar geleden zijn uitgestorven, tijdens een ramp
die zo desastreus was dat de aarde er totaal door veranderde. Daarmee
eindigde het secondaire ofwel tweede tijdperk, waarna het tertiaire ofwel
derde tijdperk aanbrak. De helderziende waarnemingen die mijn vrouw in Carnac heeft gedaan, bevestigden mijn vermoeden dat de reusachtige cyclopen
door die ramp bijna zijn uitgestorven, terwijl de overlevenden langzamerhand
evolueerden tot de veel kleinere tweeogige mens uit Atlantis. Hieruit leid
ik af, dat de grootste zondvloed die we in alle mythen tegenkomen 65 miljoen
jaar geleden plaatsgreep, waarna het nog vele miljoenen jaren duurde voordat
de Atlantische beschaving tot bloei kwam die ook vele miljoenen jaren heeft
gebloeid. Deze visie wijkt radicaal af van de moderne opvatting, maar sluit
naadloos aan bij de Indiase veda’s, de oudste mythen en alle onbegrijpelijke
archeologische vondsten.
-
-
de eerste mens(en) op aarde
-
-
Hierna gaan we op zoek naar de oudste mens op
aarde en volgen die ontwikkeling dwars door het Lemurische en Atlantische
tijdperk heen tot aan het heden. Daartoe haal ik enkele teksten aan uit de
Popol Vuh, het heilige boek van de Mexicaanse Maya’s en plak die aan elkaar,
waarna we ze vergelijken met de bijbel en een mythe van de Eskimo’s. Deze
teksten komen dus uit Azië, Noord- en Midden-Amerika, in welke tijd de mens
volgens de wetenschap nog niet over de wereldzeeën voer. Maar hoe verklaren
we dan al die opmerkelijke overeenkomsten? We beginnen hierna met het
scheppingsverhaal.
-
-
Popol Vuh (Mexico)
-
Tepëu en Gucumatz spraken over licht en duister. Het geschiede. De leegte
vulle zich! Wijk jullie wateren opdat de aarde kan opstijgen en vast worden.
Het worde licht. De wateren deelden zich. Daarna schiepen zij het wild en de
vogels.
-
-
De bijbel Genesis 1:1-6
(Azië).
-
De aarde was woest en
ledig. En God zei: Er zij licht en er was licht. God noemde het licht dag en
de duisternis noemde hij nacht. Daarna maakte God een scheiding tussen de
wateren en de wateren. En God zei: Dat de wateren op een plaats samenvloeien
en het droge te voorschijn kome. En God noemde het droge aarde. En God zei:
Dat de aarde jong groen voortbrenge (3de dag) en levende wezens
naar hun aard (5de dag).
-
-
Dit universele verslag uit de oudheid heeft
zowel een symbolische als een letterlijke betekenis. In de letterlijke
betekenis wordt er gezegd dat de aarde na een beginfase van eeuwige regen
uit de wateren te voorschijn kwam. Daartoe deelden de wateren zich in de
waterdamp in de lucht (de wateren boven uit Gen. 1:6-7) en de zeeën en
rivieren die over de aarde gingen stromen (de wateren beneden). Het
landoppervlak werd toen droog, op welk moment de mens nog niet was
geschapen. Hoe konden deze mensen uit de oudheid dat weten, terwijl de
westerse mens anderhalve eeuw geleden nog geloofde dat God de wereld in zes
dagen had geschapen? Deze verslagen gaan daarna verder.
-
-
De bijbel (Gen. 2:5-7,
2:19-20, 3:7 en 3:21)
-
Toen er nog geen veldgewas en kruid des velds was ontsproten, formeerde God
de mens van stof uit de aardbodem. En God zeide dat het niet goed is dat de
mens alleen is. En de Here God formeerde uit de aardbodem al het gedierte
des velds. En hij bracht het tot de mens om te zien hoe deze het zou noemen.
Nadat zij (Adam en Eva) in de Hof van Eden van de vrucht (de verboden appel)
hadden gegeten, ontdekten zij dat ze naakt waren en hechtten vijgenbladeren
aaneen. Daarna maakte de Here God klederen van vellen en bekleedde ze
daarmee.
-
-
Popol Vuh
-
Nadat die schepping was voltooid, spraken de verwekkers aldus: Laat een
ieder spreken naar zijn eigen aard. Maar de dieren konden niet spreken als
mensen, waarna de verwekkers zeiden dat het niet goed was. Wij zullen jullie
vervangen door anderen die wel bereidwillig zijn. Toen ging het om een
nieuwe poging om de mens te scheppen. Uit aarde maakten zij toen het vlees
van de mens, maar het was te week. Het sprak, maar had geen verstand.
Opnieuw vernielden zij het werk van hun schepping en schiepen wezens van
hout. Deze spraken (al wel) als mensen, maar hadden (nog steeds) geen
verstand. In hen was niets vasts, geen vlees, geen bloed. Het was maar een
ontwerp, een poging tot mens. Deze vormen van hout werden vernietigd. Daarna
schiepen zij mensen van vlees. Men zegt dat de apen hun nakomelingen zijn.
Daarom lijkt de aap op de mens, als herinnering aan een schepping van mensen
die niets anders waren dan poppen van hout.
-
-
Een mythe van de Eskimo’s
-
Hij zat op zijn hurken in
het donker. Hij was helemaal alleen op de aarde, toen hij plotseling tot
bewustzijn kwam en zichzelf ontdekte. Wie was hij? Alles om hem heen was
donker. Waar hij ook voelde, alles was leem. Hij vond zijn gezicht en voelde
dat hij een neus had, ogen en een mond, armen en benen. Hij was een
menselijk wezen- een man. Hij betastte zijn voorhoofd en trof daar een harde
kleine knobbel aan. Waarom zat die daar? Hij had er geen vermoeden van dat
hij voorbestemd was eens een raaf te worden en dat die knobbel dan tot
snavel zou uitgroeien. Daarna ontdekte hij dat het voorwerp dat hij in de
grond had geduwd wortel had geschoten. Er was een boom uit de grond omhoog
gerezen, de naakte aarde had haren gekregen.
-
-
VERKLARING
-
-
Deze mens in het donker en Adam (bijbel)
waren er al, toen er nog geen planten en dieren waren. Zij waren geen echte
mensen, maar symboliseerden de oerbron waaruit alle levensvormen zijn
ontstaan. Daarom plantte de mens de eerste begroeiing op aarde, waarna de
dieren en echte mensen kwamen. In de bijbel lezen we dat God uit de oerbron
(Adam Kadmon) een rib haalde, waarna Adam en Eva in het paradijs tot
ontwikkeling kwamen en daarna in de stof vielen (incarneerden). Die
wordende mens moest echter verschillende fasen doormaken, voordat de mens
ontstond zoals we die kennen. Eerst ontstonden de mensen van hout (Popol
Vuh), ofwel de mens die vijgenbladeren omschortte (bijbel); dat
was de mens in zijn plantaardige ofwel vegetatieve ontwikkelingsfase. Daarna
ontstond de mens van vlees (Popol Vuh) en de mens met dierenvellen (bijbel);
de mens in zijn dierlijke ofwel animale ontwikkelingsfase. Pas daarna
ontstond de werkelijke mens.
-
-
Wie het scheppingsverhaal van de Popol Vuh
goed leest, zal opmerken dat de mens van vlees pas na de vierde
poging tot ontwikkeling kwam. Daarmee werd bedoeld dat de voorgaande
menstypen nog niet stoffelijk waren. Dat waren ijle onzichtbare vormen
waaruit in eerste instantie het stoffelijk-cyclopische menstype is ontstaan,
de bijbelse reuzen (nephilim) uit de oertijd (Genesis 6:4). Deze harige
schepsels (uit Lemurië) paarden na de grote zondvloed met vrouwelijke
diersoorten, die nu al heel lang geleden zijn uitgestorven. Als gevolg
daarvan brachten die nephilim mensen voort zonder spraak, ‘monsters’, zoals
de stanza’s zeggen. Deze stanza’s (dichtregels) zijn de oeroude verzen
waarop het esoterisch boeddhisme in Tibet en daarmee de theosofische leer is
gegrondvest. Zie 'De Geheime Leer' van Blavatsky. De Popol Vuh spreekt in dat verband niet van monsters, maar van
de apen die uit de mens zijn voortgekomen. Die reuzen ontwikkelden zich na
verloop van tijd tot de tweeogige wezens uit Atlantis die veel kleiner
waren. Omdat de mensapen uit de mens zijn ontstaan, is de ontbrekende
schakel tussen de aap en de mens nooit gevonden. En die schakel zal volgens
de theosofie ook nooit gevonden worden, omdat wij niet uit de apen zijn
ontstaan, maar een geheel eigen evolutie hebben gevolgd. Ook de
Hopi-Indianen spreken van vier scheppingen en vernietigingen van de mens,
welke opvatting overeenkomt met de leer uit Tibet die wij dus kennen als de
theosofie. Die leer werk ik hierna verder uit.
-
-
Het eerste ras dat niet kon praten
-
-
In de Popol Vuh lezen we dat God aanvankelijk
een mens schiep die geen vlees en geen bloed had, terwijl die ook nog niet
kon praten. Overal in de wereld komen we dit ras tegen onder andere namen.
George Smyth verzamelde in de 19de
eeuw enkele opgegraven brokstukken van de Chaldeeuwse* tafelen, waarop de
Babylonische scheppingslegende was opgetekend.
-
-
*
De Chaldeeën waren het Babylonische volk van
astrologen in Mesopotamië. De drie wijzen uit het oosten die de ster van
Bethlehem volgden om de pas geboren Jezus goud, mirre en wierook te brengen,
werden gedacht daar vandaan te komen.
-
-
Die leringen zouden ongelofelijk oud
zijn. Want toen Alexander de Grote in de 4de eeuw
v.Chr. Babylonië veroverde en de paleisbibliotheek vernielde waarin de
belangrijkste heilige werken waren opgeslagen, liet hij Berosus enkele niet
verloren gegane teksten vertalen, die naar zijn zeggen een tijdperk van
200.000 jaar omvatten. Deze Berosus was een priester van de god Bel, Belus,
Baäl ofwel Marduk. Onder Alexanders bewind
publiceerde hij een werk dat ‘Babyloniaca’ werd genoemd.
Andere Babylonische priesters spraken
volgens de Romein Cicero zelfs van 470.000 jaar. Op die in Irak opgegraven
kleitabletten staat het volgende te lezen: “In
het midden van de aarde groeiden zij op en werden groot, zeven koningen,
broeders uit hetzelfde gezin”.
Wie geen kennis heeft van de theosofie, begrijpt daar niets van. Maar ook in
de kabbala# komen we die ‘broeders uit hetzelfde gezin’
tegen als de zeven koningen van Edom, terwijl dat in de bijbel de
nakomelingen zijn van Esau (Gen.36:1.)
-
-
#
De kabbala was de oeroude geheime leer van de Semieten in het Midden-0osten.
De eerste vijf bijbelboeken van Mozes (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en
Deuteronomium) kunnen alleen op hun juiste waarde worden geschat, als we
ervan uitgaan dat ze zijn voortgekomen uit de kabbala. In dat systeem was
elke letter (medeklinker) een getal met een verborgen betekenis die helaas
verloren is gegaan.
-
-
In de leringen van de Parsen*
kunnen we lezen wat er met die zeven koningen werd bedoeld.
-
-
*
De Parsen, Parsi’s of Parten (oude Perzen) die
nu in Bombay leven en hun doden neerleggen voor de gieren, aanbidden het
vuur. Zoroaster (Zarathoestra in het Grieks) is hun grote leermeester. Hun
heilige boek, de Zend-Avesta bevat restanten van de oudste geheime leringen
en komt daarin overeen met de oudste werken uit India.
-
-
Daarin
staat dat de aarde eerst een grote lauwe waterwoestijn was, waarna “de
eerste mens werd geboren op de zeven zones van het onverwoestbare land, het
hoofd van de aarde dat de wijzen de kap noemden”.
Uit deze tekst kunnen we afleiden, waarom er in ‘De geheime Leer’ van
Blavatsky staat vermeld dat de Noordpool in de oertijd het eerste droge land was,
waardoor de allereerste nog niet stoffelijke mensen op de Noordpool leefden,
welk gebied in sommige geschriften Meru werd genoemd. Toen Blavatsky bij de
beschrijving van de allereerste mensen voor dat ras een naam zocht, bedacht
ze om begrijpelijke redenen de naam ‘het polaire ras’. De
theosofie leert dat die nog niet zichtbare wezens
amper bewust waren van hun lichamelijkheid. Hun
geslachtloze lichamen leken op reuzengrote protozoën (eencellige vormen) die
ronddreven in de dampkring en de ziedende zeeën. Dit redeloos passieve ras
ontwikkelde de zintuiglijkheid van het gehoor.
-
-
Deze
“wezens” voelden de hitte van het vuur, maar vuur noch water kon ze
vernietigen waardoor er geen dood bestond. Hoewel deze wezens amper bewust
waren van hun “lichaam”, reageerden ze door het maken van geluiden, maar spreken konden ze niet
(Popol Vuh). Ook konden ze zich al zwevend in de dampkring verplaatsen, terwijl zij zich
vermenigvuldigden door splitsing en knopvorming, wat te vergelijken is met
de voortplanting van bacteriën. Gedurende deze periode koelde de zee af
tot lauwwarm, de aarde werd rustiger en de rampen plaatselijker.
-
-
Hoewel de theosofie
stelt dat deze eerste mensen nog niet zichtbaar stoffelijk waren,
staat er in de Popol Vuh dat God die eerste mensen uit
aarde had gemaakt, wat als volgt verklaard kan worden. Dit eerste mensenras
ontwikkelde de meest primaire beginselen en vorm van het lichaam, welke kern uit
subatomaire deeltjes bestond. En omdat de stoffelijke werkelijkheid uit
subatomaire deeltjes is opgebouwd, werden die eerste “lichamen” dus van
“aarde” gemaakt.
-
-
Het tweede (HYPERBOREïSchE) verstandloze ras
-
-
De Popol Vuh geeft aan dat de goden daarna een
verstandloos wezen schiepen, dat nog geen vlees en bloed had en daardoor te
week was. Volgens de theosofische leer kreeg dat
tweede ras een relatief stijvere schil rond de eerste, waardoor er twee
structuren ontstonden, een ijlere en een grovere. Daarmee ontstond er in
feite een scheiding tussen het zich ontwikkelende fijnstoffelijke
levenslichaam en het wordende stoffelijke lichaam. Bij levenslichaam denken
we aan de aura, de chakra’s en de meridianen, terwijl dit stoffelijke
lichaam nog steeds niet vast en zichtbaar was.
Door deze geleidelijke ontwikkeling
stierf het eerste ras niet uit, maar ging het onmerkbaar over in het tweede.
Deze mensen hadden complexer wordende draadvormige structuren, terwijl hun
kleur varieerde van goudkleurig geel tot oranje of citroengeel. Er waren
twee hoofdtypen, het vroegere en het latere verstandloze ras. Het oudste
type was geslachtloos en plantte zich voort door uitzetting en knopvorming.
Maar omdat deze vorm door de dikker wordende schil veranderde, werd die
wijze van voortplanting na verloop van tijd onmogelijk. Daarna werden er
kleine lichaampjes uitgestoten, die in figuurlijke zin zweetdruppels werden
genoemd. Dit verklaart waarom we in de Indiase purâna’s* lezen dat die
rassen geboren werden uit de huidporiën van hun voorvaderen.
-
-
* De Purâna’s zijn Indiase godenverhalen waarin
Vishnu, Shiva, Ganesha en andere goden optreden. De belangrijkste Purâna
beschrijft echter het leven van Krishna. Men meent nu dat deze werken niet
ouder zijn dan 1700 jaar. Maar geleerde brahmanen stelden aan het einde van
de 19e eeuw nog dat delen ervan veel ouder zijn.
-
-
Deze “druppels”
werden na de uitstoting hard, gingen groeien en kregen uiteindelijk boomvormige, dierlijke en half menselijke vormen, die aan het einde van deze
ontwikkeling latent tweeslachtig werden. Dit tweede ras van de verstandloze
mensen ontwikkelde eerst het lichamelijke gevoel, terwijl zij naast het vuur
lijfelijk gewaar werden van water en lucht. Verder gaven die halfmenselijke
wezens kreten van toorn, vreugde en smart, welke reacties leken op fluitende
geluiden. In de oud-Indiase literatuur worden ze ‘de zonen van de passieve
yoga’ genoemd, omdat ze ondanks die reacties nog niet waren gericht op de
uiterlijke wereld.
-
-
In die tijd verscheen er meer
land in de vorm van een groot hoefijzer rondom de pool, waardoor er een
tweede vasteland ontstond, terwijl het centrale poolgebied bleef bestaan.
Dat land viel aanvankelijk samen met N.Azië en later ook met Spitsbergen,
Zweden, Noorwegen, de Britse eilanden, Baffinsbaai en Groenland. En in het
zuiden werd dat gebied begrensd door de Centrale Zee zoals die in de
esoterie genoemd wordt, de plaats waar nu de Gobiwoestijn ligt. Er waren
toen nog geen koude winters, omdat de aarde onvoldoende was afgekoeld en
dichter rond de zon draaide, in
welke tijd de bodem met weelderige plantengroei bedekt was geraakt.
Blavatsky noemde dit hoefijzervormige gebied het Hyperboreïsche land, welke
naam de oudste Grieken hadden gegeven aan een verafgelegen geheimzinnige
streek waarheen de Hyperboreër (de zon Apollo) elk jaar reisde en een half
jaar lang niet onder ging. Dit verklaart waarom Blavatsky die naam koos voor
dat noordelijke gebied, terwijl ze dit volk het Hyperboreïsche ras noemde.
-
-
Het derde Lemurische ras van hout en van vlees
-
-
NIEUW
LAND
-
-
Volgens
de oudste overleveringen deed de aarde in de derde fase van ontwikkeling het
midden van haar lichaam verschijnen. Die overlevering is over de hele aarde
bekend als de mythe van de navel der aarde. Met die navel (het midden van
het lichaam) werd gedoeld op het Aziatisch-Australische vasteland dat in die
tijd boven water kwam en aansloot bij het noordelijker gelegen
Hyperboreïsche gebied. De volgende daarnaar verwijzende tekst heb ik ooit
opgetekend uit een boek over de Parsen waarvan ik de titel niet meer weet.
-
-
“De
grote moeder verkeerde daarna in barensnood onder de wateren en nieuw land
werd toegevoegd bij het gebied dat de wijzen de kap noemden. Zij had daarna
zware weeën te verduren vóórdat het derde ras en haar middel en navel
verschenen boven het water. Dat was de heilige Himavat dat zich rondom de
aarde uitstrekte.”
-
-
Waarom Blavatsky dat hele gebied
Lemurië noemde is al vermeld, terwijl datzelfde Lemurië ofwel Mu uiteindelijk het
vasteland omvatte van de Himalaya tot Sumatra en Australië, van Paaseiland
tot Madagaskar en Afrika en daarmee dus het hele gebied van de Indische en
de Stille Oceaan. Miljoenen jaren bleef dat bestaan. Grofweg ontwikkelde de
Lemurische beschaving zich in het secondaire tijdperk (225-65 miljoen jaar),
terwijl een klein gedeelte de ramp van 65 miljoen jaar geleden overleefde en
dus nog enige tijd voortleefde in het tertiaire tijdperk.
-
-
In dat secondaire
tijdperk kwamen de reuzenplanten en –dieren tot
ontwikkeling, in welke periode zoals gezegd ook het derde ofwel Lemurische
ras ontstond en voor het grootste gedeelte ook weer verging.
Dit derde ras ofwel de Lemurische beschaving viel in twee delen uiteen, de
mensen van hout en de mensen van vlees zoals de Popol Vuh dat weergeeft. Het
eerste Lemurische menstype was al vaag zichtbaar, terwijl het tweede
mens type stoffelijk werd in de vorm van de cyclopische reuzen. Eerst
bespreken we de fijnstoffelijke Lemuriërs ofwel de mensen van hout, daarna
de Lemurische cyclopen.
-
-
De ei-geboren mens
-
De eerste Lemuriërs (de
mensen van hout) veranderden zodanig, dat de uitgestoten kleverige
lichaampjes geleidelijk ronder en harder werden en daarmee de vorm kregen
van eieren. Binnen dat ei brachten zij de vroegste ontwikkelingsstadia door
en werden meer menselijk en duidelijk tweeslachtig. Toen die eieren een
harde schil kregen, werden die mensen geboren door hun schil te breken. Zij
waren toen volledig ontwikkeld, wat vergelijkbaar is met de nestvlieders die
direct hun nest verlaten. In de volgende subfase werd de mens geleidelijk
éénslachtig, wat betekent dat de voortplanting geslachtelijk werd. De ei-geboren vrouwelijke en mannelijke wezens waren toen even hulpeloos als de
nestblijvers. Toen die ontwikkeling was bereikt, vergingen de vroegere
Lemurische rassen heel snel, waarbij de eieren niet meer werden uitgestoten
maar binnengehouden. Daarmee werd de mens geboren, in welk stadium de ijle
vorm zo tastbaar werd, dat de mensen verstoffelijkten tot de mensen van
vlees. Die cyclopische reuzen komen we in
de Indiase Mahâbhârata* tegen onder de
naam dânava’s.
-
-
*
De Mahâbhârata, een
religieus en filosofisch heldendicht uit India, is het op twee na grootste
literaire werk van de wereld.
-
-
DE
MENSHEID VERSTOFFELIJKTE
-
-
De wijze
waarop de verstoffelijking van het Lemurische ras heeft plaatsgegrepen, zal
voor veel mensen moeilijk te aanvaarden zijn. Ik heb er bijvoorbeeld zelf
betrekkelijk veel moeite mee gehad, totdat ik de logica ervan begreep. In feite moeten we hierop
de oude
Egyptische regel van Hermes toepassen die zegt ‘zo boven (hemellichamen) zo
beneden (de mensen)’. Daarmee zegt die regel dat er een parallel moet zijn
tussen de wording van de sterrenstelsels, de aarde en de levende wezens op
aarde. Ook de sterrenstelsels waren na de big bang nog niet zichtbaar, omdat
die toen alleen nog bestonden uit subatomaire golfdeeltjes. En vanuit
die onzichtbare toestand hebben de sterrenstelsels zich geleidelijk verdicht
tot de stoffelijke werelden zoals wij ze nu kennen. Vergelijkbaar daarmee
was de mens in het begin ook niet zichtbaar, waarna zijn lichaam zich op een
enigszins vergelijkbare wijze heeft verdicht. Dat er in dat verband
verschillende graden zijn van stoffelijkheid, blijkt wel uit het feit dat
ufo’s zomaar uit het “niets” opduiken, daarna enige tijd zichtbaar
zijn, plotseling hun snelheid verhogen en ineens weer in hetzelfde ”niets”
verdwijnen”. Natuurlijk zijn ze dan niet weg. Waarom zouden we dat verschijnsel gemakkelijker
accepteren dan het wordingsproces van de mens?
-
-
Beide menstypen leefden lange tijd
gelijktijdig naast elkaar
-
Volgens een overlevering van de Inuits
(Eskimo’s) hebben de niet zichtbare en de zichtbare mensen in die Lemurische
periode enige tijd naast elkaar geleefd.
“Er
was eens een legendarische stam die geen oogleden kende en nooit iemand had
gezien die sliep. Hun lichaam was bedekt met een vacht van korte haren. Als
je een van deze mensen vol in het gezicht aankijkt, zie je alleen een
schaduw. Vanuit je ooghoeken zie je echter hun gestalte. Pas wanneer een van
hen sterft, wordt zijn lichaam zichtbaar. Toen er oorlog uitbrak tussen
beide volkeren, konden de Inuit (Eskimo’s) het Schaduwvolk niet verslaan,
omdat ze steeds onzichtbaar bleven”.
-
-
De mensen leerden sterven
-
Volgens een andere
overlevering van de Inuits leerden deze mensen in tegenstelling tot
de vorige rassen geleidelijk sterven.
“Lang
geleden kenden de mensen de dood nog niet en werden daardoor erg oud. Ze
konden ten slotte niet meer lopen en moesten daardoor gaan liggen. Ze kenden
de zon niet en leefden in duisternis omdat de dag nooit aanbrak. Alleen in
de huizen hadden ze licht en brandden daar water in hun lampen, omdat water
toen nog kon branden. Maar er kwamen teveel mensen die niet wisten hoe ze
dood moesten gaan. Ze krioelden op aarde en toen kwam er een geweldige
overstroming. Menigeen verdronk en er waren dus minder mensen. Nu de mensen
kleiner in aantal waren, begonnen twee oude vrouwen een gesprek met elkaar.
Een van hen zei: “Laten we van het daglicht afzien als we daarmee de dood
kunnen ontlopen”. “Nee”, zei de ander, “we zullen zowel daglicht als dood
krijgen”. En daar de oude vrouw deze woorden in de mond had genomen, werden
ze werkelijkheid. Er kwam, licht, vreugde en dood. Het lijk van de eerste
man die doodging, begreep nog niet goed hoe het dood moest gaan en kwam weer
omhoog nadat het met stenen was bedekt. De oude vrouw duwde toen het hoofd
terug en liet de man achter. En met de dood kwamen de zon, de maan en de
sterren, want als mensen sterven, stijgen ze omhoog naar de hemel waar ze
stralende sterren worden.”
(De raaf in de walvis, De Bezig Bij).
-
-
In de
tijd dat deze wezens nog geen stoffelijke zintuigen hadden, konden zij het
licht van de zon niet zien. Maar in hun huizen (lichamen) keken ze met hun
innerlijke astrale oog naar de geestelijke verlichte binnenwereld. Aangezien
deze mensen al gevoelig waren voor vuur en water, stierven ze massaal
tijdens een grote aardbeving. Daarna zou de afwisseling van licht en duister
ontstaan, omdat de mens ging verstoffelijken, waarmee de dood onomkeerbaar
werd. En omdat die ontwikkeling in evolutionair opzicht onvermijdelijk was,
gebeurde er wat de vrouw zei. De stoffelijk geworden mens die het licht van
de zon zag, besefte dat hij uit de hemel was afgedaald, waardoor hij begreep
dat hij na de dood weer tot de hemelse sterren zou terugkeren. Zij waren de
eenogige cyclopen van de oudheid, wier ene oog aanvankelijk nog primair
gericht was op de astrale binnenwereld, maar daarna steeds meer gericht
raakte op de buitenwereld.
-
-
Goden
en mensen
-
In de
tijd dat de Lemurische mens geslachtelijk werd en verstoffelijkte,
incarneerde er een groep hogerbewuste mensen. In de bijbel (Gen.6:1-4) lezen
we daarvan: “Toen
de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters
geboren werden, zagen de Zonen Gods dat de dochters der mensen schoon waren
en zij namen zich daaruit vrouwen wie zij maar verkozen.”
In het oeroude boek Henoch waaraan het O.T. dit verhaal heeft ontleend,
staat het volgende. “Toen
de mensenkinderen zich vermenigvuldigden, werden er mooie lieflijke dochters
geboren. Toen de engelen, de zonen des hemels, hen zagen verlangden zij naar
hen en zeiden tot elkaar: “Wij willen ons vrouwen uit de mensenkinderen
kiezen en kinderen bij hen verwekken”. Hun aanvoerder Semiaza sprak tot hen:
“Ik vrees dat jullie dit niet durven uitvoeren en dan moet ik geheel alleen
de straf voor die grote zonde betalen”. De anderen antwoordden hem: “Wij
zullen allemaal een eed zweren en ons met wederzijdse vervloekingen
verplichten dit plan niet op te geven maar het door te zetten”. Het waren er
tweehonderd in getal die in Jareds dagen naar de top van de berg Hermon
afdaalden.”
De diepere betekenis hiervan is dat deze wezens hun goddelijke
scheppingskracht aan de mens schonken in de vorm van de seksualiteit die de
mens zelf tot ontwikkeling moest en nog moet brengen.
-
-
Het
bestaan van dergelijke hogerbewuste wezens wordt in de
Egyptische annalen vermeld. In de Boven-Egyptische stad Abydos staat de
tempel van Seti I, een farao uit de 19e dynastie die regeerde van
1306-1290. Daarin bevindt zich de beroemd geworden koningslijst die Seti aan
zijn zoon Ramses II toont. ”Kijk
mijn zoon”, zegt hij, “hier vind je de lijst van alle Egyptische koningen
die begint bij Menes, de eerste koning van het dynastische Egypte”.
Die chronologie hebben de Egyptologen overgenomen, maar de teksten op de
muur daarnaast worden steevast genegeerd, terwijl daar geschreven staat dat
lang vóór Menes de goden en halfgoden over Egypte regeerden. Die eerste
leiders hebben dus vèr voor het dynastieke tijdperk der farao's geleefd,
terwijl de archeologen er nu vanuit gaan dat die mythische goden en
halfgoden er nooit werkelijk zijn geweest. De oude Egyptenaren dachten daar
anders over, want voor hen was dat de werkelijkheid van een zeer ver
verleden.
-
-
In de oudheid wist men van het bestaan van
reuzendieren
-
Wat die onvoorstelbare oudheid betreft, zegt
een overlevering van de Pueblo-indianen
in Mexico het volgende: “Vlak
voordat de mens op aarde verscheen was de grond nog zo zacht en waterig dat
geen mens erop zou kunnen lopen. Zijn voeten zouden dan in de grond zijn
weggezakt, waardoor hij er nog niet kon leven. Later toen hij wel op de
aarde verscheen (stoffelijk werd), waren er monsters en roofdieren met
klauwen en vreselijke tanden. Een bergleeuw is daarmee vergeleken slechts
een mol. Toen zeiden Zij van Boven tegen de beesten: “Gij zult in steen
veranderd worden, opdat gij de mens niet tot onheil zij maar tot een weldaad.”
Hoe
konden die Indianen dat weten? Want hoewel men de vorm van deze dieren
tegenwoordig perfect heeft gereconstrueerd, zijn er alleen wat botten en
onherkenbare eieren gevonden en zeker geen complete lichamen. Nog
onbegrijpelijker is deze rotsafbeelding uit Arizona, terwijl er in de buurt
daarvan ook versteende dinosauruspootafdrukken gevonden zouden zijn. Er
wordt zelfs beweerd
dat deze pictogrammen door een ijzerhoudend patina (kopergroen) zijn
behandeld. Hoe konden die Indianen weten dat de aarde onbegaanbaar was in het oerbegin
toen er nog geen bergen waren. Verder zegt deze tekst niet
dat de mens in den beginne geschapen werd, maar dat hij pas op de aarde
verscheen toen hij er kon leven. Daarmee wordt gesuggereerd dat hij daarvoor
al bestond, terwijl zij ‘van boven’ de ontwikkeling bestuurden.
-
-
De echte reuzen
-
Van de cyclopische wezens uit de oertijd wordt
gezegd, dat zij een terugwijkend voorhoofd, een zware vooruitstekende kaak
en één dof, somber en afstotelijk oog hadden. Dat cyclopische middenoog zag
meer omvang dan details, in de fase dat die mens nog niet op de stof was
gericht. Deze cyclopen die ook wel enghoofdigen werden genoemd, zijn in alle
oude werken beschreven. Dat waren bijvoorbeeld de Titanen die na de
schepping in de Griekse wateren dartelden, of de Oudnoorse goede reuzen en
slechte demonen die voortdurend met elkaar in oorlog waren. In de bijbel
wordt zelfs 17 keer over reuzen gesproken. In Numeri 13:33 staat
bijvoorbeeld: “Ook
zagen wij daar reuzen, Enakieten, die tot de reuzen behoren en wij waren als
sprinkhanen in onze ogen en ook in hun ogen.”
En in Deuteronomium 9:1-2 lezen we: “Hoor,
Israël! Gij zult heden over de Jordaan trekken om het gebied in bezit te
gaan nemen van volkeren die groter en machtiger zijn dan gij, grote steden,
hemelhoog versterkt- een groot en rijzig volk, Enakieten, die gij wel kent
en waarvan gij hebt horen zeggen.”
Ook hieruit blijkt dat de eerste vijf bijbelboeken heel oud zijn, wat het
begrijpelijk maakt dat een joodse sage spreekt van schepsels die één oog
hadden midden in het voorhoofd.
-
-
Met betrekking tot deze reusachtige wezens
verwijs ik in Afghanistan naar de stad Bamiyan ten noordwesten van Kaboel,
waar ruim 12.000 woonruimtes in de rotsen zijn uitgehakt.
Daar waren vóór 1 mei 2001 nog enkele
standbeelden, ook in rotsen uitgehakt, die in gepleisterde vorm de mens
Boeddha zouden voorstellen. De gezichten waren echter onherkenbaar
veranderd, doordat het voorhoofd, de neus, de ogen en de lippen waren
verdwenen. Volgens Blavatsky waren die beelden van oorsprong de weergaven
van de afnemende hoogte der rassen. Het eerste ras was 58 meter, het tweede
40 meter, de mens van hout was gemiddeld 20 meter, de cyclopen waren
aanvankelijk 9 meter, terwijl de huidige mens maar 2 meter is. Hoe oud die
beelden waren, weet niemand. Maar in eerste instantie hebben dweperige
monniken de beelden bewerkt in Boeddhabeelden. En toen brak op 1 mei 2001
het moment aan dat de Talibanstrijders deze beelden kapot schoten in hun
godsdienstige haat tegen de Hazara, de bevolkingsgroep in deze streek. De
westerse mens denkt dat er “alleen” een historisch monument verloren is
vergaan. Maar als Blavatsky het bij het juiste eind had, is daarmee een
oeroud monument verdwenen, waarvan de waarde niet te schatten is.
-
-
Van
één naar twee ogen
-
De ramp die 65 miljoen jaar de aarde zodanig
veranderde dat het secondaire tijdperk daarmee overging in het tertiaire
tijdperk, vernietigde de dinosauriërs en deed ook die reusachtige mensen
bijna uitsterven. Pas veel later daarna kwam de tweeogige Atlantische mens
uit dit derde ofwel Lemurische ras tot ontwikkeling. Zoals
gezegd verhalen
alle mythen en de bijbel van deze reuzen die na verloop van tijd één oog
verloren. Links zien we een treffende afbeelding van de reus Goliath die
geveld werd, doordat David hem met een slingersteen in het (midden van zijn)
voorhoofd trof (1 Samuel:17). Hiernaast zien we de reus
Polyphemos wiens ene oog door Odysseus met een gepunte paal werd doorboord.
Want alleen op die manier kon hij met zijn makkers ontsnappen uit de donkere
grot waarin de reus ze gevangen hield. Dat hij zichzelf “Niemand” had
genoemd, was een list. Want toen hij ontsnapte, riep Polyphemos tegen de
andere reuzen dat zij Niemand moesten pakken. In feite verwees deze list
naar het feit dat de mensen uit die tijd nog geen zelfbewustzijn hadden
ontwikkeld. De bijbel (Gen.11:1-4) beschrijft dat zelfbewustwordingsproces
in de torenbouw van Babel, waar geschreven staat: “De
gehele aarde was één van taal en spraak (innerlijk), waarna de mensen zich
naam gingen maken” (van zichzelf
bewust werden).
-
-
De beide overgangen van niet-stoffelijk naar
stoffelijk, en eenogig naar tweeogig, zijn uitgebreid beschreven in de
Germaans-Noordse mythologie, waarin de IJslandse Edda een belangrijke plaats
heeft. In die mythen is Odin, ofwel Wodan waarnaar de woensdag is genoemd,
de oppergod. Zijn voorvader was de reus Ymir, wiens naam zoiets betekent als
tweeling, tussenwezen of hermafrodiet (tweeslachtig). Dat laatste kan alleen
begrepen worden binnen de esoterische opvatting, dat de nog niet stoffelijke Lemuriër in eerste instantie tweeslachtig was. Ymir heette daarnaast
Aurgelmir, wat vertaald kan worden als oertijdreus of waterreus. Die naam
vertelt dat de nog onzichtbare mens in de lucht (de wateren boven) leefde
(zweefde).
-
-
Uit deze Ymir ontstonden de reuzen Borr
(mannelijk) en Bestla (vrouwelijk), wier huwelijk de geslachtelijk
stoffelijk wordende mens symboliseerde. Samen schiepen Ymir, Borr en Bestal
de Midgard, de (stoffelijke) wereld waarin de (Lemurische) mens zou gaan
leven. Als materiaal daarvoor gebruikten zij het lichaam van Ymir, dat
daartoe werd geworpen in de Ginungagap, een gapende leegte. Deze vermelding
geeft aan dat het stoffelijk lichaam was ontstaan uit de onzichtbare mens,
die daarna in de afgrond van het “niets’ verdween.
-
-
In het midden van Midgard bevond zich de
wereldboom Ygdrassil, welke boom symbool staat voor het leven dat op aarde
tot ontwikkeling kwam. Daarom draagt de wereldboom in het bijbelse paradijs
de naam levensboom. Adam en Eva mochten van de vrucht daarvan niet eten. En
nadat zij dat toch hadden gedaan, bracht God ze in slaap, waarna ze tot
leven kwamen in de stoffelijke werkelijkheid, alwaar zij goddelijke kennis
kregen (Gen.3:22). De bijbelse zondeval in het paradijs vertelt daarmee dat
de Lemurische mens verstoffelijkte, welk proces overeenkomt met de geboorte
van de goddelijke Odin uit het huwelijk van Borr en Bestal. De naam Odin
duidt op de extase van het hoogste bewustzijn, in welk verband Mimir, de
Mijmeraar, een functie heeft. Deze Mimir leefde bij de bron van wijsheid die
onder de wereldboom lag. En Odin die steeds in extase op zoek was naar die
kennis, mocht van die bron drinken, maar moest daarvoor wel zijn oog
afstaan. Vergelijk dat met de mythen van Polyphemos en Goliath.
-
-
Deze Odin of Wodan had een achtbenig paard
Sleipnir dat door de lucht kon vliegen. In de tijd dat de eerste zendelingen
zoals Willibrordus en Bonifatius aan de Friese “heidenen” in ons land wilden
bewijzen dat hun God machtiger was dan de
Germaanse goden, werd Wodan eerst ingelijfd en daarna vervangen door de god
van de christenen. Uiteindelijk werd de patroon van de handel, St.
Nicolaas, even machtig als Wodan. Daardoor
beschikte Sinterklaas na verloop van tijd over het witte paard van Odin, waarmee
hij over de daken kon springen, terwijl ook alle “bovenmenselijke” en andere
eigenschappen zoals zijn wijsheid, alwetendheid en ouderdom. Zelfs de datum
van zijn verjaardag is aan Odin ontleend.
-
-
Toen de mens sterfelijk werd, kwam de
hemelwereld van Odin tot ontwikkeling, waar hij in het walhalla de
gesneuvelde moedige strijders ontving. In dat verband lezen we tussen de
regels door, dat de mens met het ene oog nog het geestelijke binnenlicht
zag, maar daarna zijn aandacht ging richten op de verduisterde stoffelijke
wereld. Dat proces wordt weergegeven door Balder, de zoon van Odin en Frigga,
die in een paleis woonde dat licht over de aarde verspreidde zo lang hij
leefde. Balder staat daarmee symbool voor het geestelijke licht dat de
Inuits volgens de mythe in die fase nog in hun huizen hadden. Hodr was een
andere zoon van Odin. Zijn blindheid symboliseerde de mens die dat
geestelijke licht niet meer kon zien en evenals Odin zijn innerlijke oog had
verloren. Door een sluwe list van de onruststoker Loki vermoordde de blinde
Hodr zijn broer Baldr, die in feite onkwetsbaar was (dat menstype kon nog
niet sterven). Hodr beschoot zijn broer daartoe met een pijl die gemaakt was
van de maretak, waarna die wel kon sterven. Vergelijk dit met de Odyssee,
waarin Achilles door een pijl van Paris werd gedood, toen die hem in zijn
hiel schoot. Beide mythen verwijzen vermoedelijk naar de mens die voor het
eerst “leerde” sterven.
-
-
Toen Balder stierf, verloor de mens het
geestelijke licht, welke ondergang Ragnarok werd genoemd. Daarbij werd
gezegd dat Balder en Hodr uiteindelijk broederlijk zullen herrijzen in een
nieuwe wereld, die overeen lijkt te komen met het Nieuwe Jeruzalem van de
bijbel. Maar zover was het toen nog lang niet. Nadat Odin bij Rind zijn
derde zoon Vali had verwekt, moest hij de dood van Baldr wreken door Hodr te
doden. Vali groeide toen in één dag tijd op van zuigeling tot volwassene,
waarna hij Hodr op dezelfde wijze raakte met een pijl die gemaakt was de
maretak. Daarna overleefde hij Ragnarok, waarmee Vali symbool staat voor de
ontwikkelende mensheid. In dat verband is het opmerkelijk dat Rind
aanvankelijk een reuzin was, maar later werd gezien als een gewone
menselijke prinses in het oosten.
-
-
-
RAMP EN VERDUISTERING
-
Men weet niet wat de oorzaak is geweest van
die grote ramp. Toch vond ik een enkele aanwijzing in het boek ‘Dokter uit
Lhasa’ van Lobsang Rampa. Hoewel er
vraagtekens zijn omtrent de betrouwbaarheid van die Engelsman, vermoedelijk
een loodgieter die een reeks gelijksoortige boeken heeft geschreven, vond ik
in dit boek iets wat klopt met de helderziende waarneming van mijn vrouw.
Verder bevestigt één van de leraren van Blavatsky het bestaan van een
geheime gang in Lhasa, welke gang ook in dat boek wordt beschreven. In
Dokter in Lhasa beschrijft die Engelsman zijn vorige leven, een monnik in
het klooster dat door de huidige Dalai Lama in 1959 werd verlaten. Op een
dag dat die monnik (Lobsang Rampa) in geestelijk opzicht geacht werd daaraan
toe te zijn, werd hem toegestaan in die gangen af te dalen. Hij liep toen
met zijn gids Mingyar Dondup in de tempel van Lhasa vele trappen af, totdat
ze diep in de duisternis van de berg in een kleine kamer kwamen.
-
-
“Daar
pakten we een boterlamp en liepen door de gang steeds verder omlaag. In een
bergruimte waar de (vorige) Dalai Lama allerlei geschenken bewaarde, drukte
mijn gids op een knobbel in de pleisterkalk, waarna er een gerommel van
vallende stenen weerklonk. Daar betraden we een wereld die slechts weinigen
hadden gezien. Een stoffig pad liep de bergruimte in en verdween in de helse
duisternis. We liepen door, waarna een heel paneel van vast gesteente
verschoof en de ingang weer afsloot. Na een kilometer afgelegd te hebben,
zag ik ineens een grote grot en gaf een schreeuw van verbazing. Van het dak
en de zijwanden kwamen talloze speldenpunten van goudkleurig licht dat
weerkaatste van onze boterlampen. De grot bleek van enorme afmeting te zijn.”
Daar stond een grote bus die werd aangestoken en een heldere geelwitte vlam
verspreidde zich, terwijl er een zacht sissend geluid te horen was. Ze
trokken de bus als een slee met zich mee, totdat Lobsang meende zo ongeveer
in de ingewanden van de aarde terecht te zijn gekomen. Ze stopten bij een
zwarte muur waarop een gouden paneel te zien was met duizenden inkepingen,
inscripties van mensen, dieren die we niet meer kennen en een hemelkaart die
niet bij de huidige tijd hoort.
-
-
“Lobsang,
let op wat ik zeg. Ik heb deze taal geleerd en kan dit begrijpen. Je zult
deze grotten moeten bestuderen, want er zijn er velen en ze strekken zich
kilometers ver onder ons uit. De atoombom is geen nieuwe ontdekking, maar
werd duizenden jaren geleden ontdekt en bracht de aarde een ramp zoals hij
ook nu zal doen als de mens in zijn dwaasheid geen halt wordt toegeroepen.
In zeer lang vervlogen dagen was de aarde een heel ander oord. Ze draaide
veel dichter om de zon in tegenovergestelde richting en een andere
tweelingplaneet van de aarde bevond er zich vlakbij. De dagen waren korter
en de mens scheen honderden jaren te leven. Het klimaat was warmer, en de
flora was weelderig en tropisch. Er leefden op aarde zeer grote wezens van
een ander stelsel die hier toezicht hielden. De aarde was als het ware een
soort kolonie die les kreeg van een vriendelijke leraar. De mens, de arme
onwetende mens wiens verstand zich nog maar net aan het ontwikkelen was,
begreep er geen snars van, want zijn intellect stelde niet veel meer voor
dan het verstand van de apen. Mensen konden zich met elkaar onderhouden met
behulp van telepathie. Toen kregen de superintellectuelen die zoveel groter
waren dan de aardse mens ruzie en voerden oorlog. Op een dag vond een enorme
explosie plaats, waardoor de aarde van koers veranderde. Geelbruine vlammen
schoten door de lucht en de aarde was in rook gehuld. Na vele maanden waren
er in de hemel vreemde tekenen te zien, waarna een planeet zichtbaar werd
die snel groter werd. Naarmate die dichterbij kwam, ontstonden er kolossale
vloedgolven die alles overstroomden. Bergen verrezen en met hen kwam de
zeebodem omhoog. De mensen vluchtten in doodsangst. Volgens de optekeningen
stond de zon gedurende vele dagen stil. De aarde schudde en huiverde, en de
mens verloor alle besef van tijd. De maan is het overblijfsel van die
botsing. In de dagen daarop werden de dagen langer waarna de aarde zijn
nieuwe baan ging beschrijven”.
-
-
Deze ramp
moet 65 miljoen jaar geleden hebben plaatsgegrepen, omdat de lama aan
Lobsang vertelde dat de grote dieren zoals de brontosaurus toen uitstierven.
Dit gegeven is overigens niet nieuw, ook de bijbel vermeldt dat de zon en de
maan op een dag bleven stilstaan (Joz.10:13). Volgens de waarneming van mijn
vrouw was de hiervoor genoemde tweelingplaneet de vorige aarde en daarmee de
echte maan. Door de ramp die door buitenaardsen werd veroorzaakt, botste die
maan op de aarde, terwijl een ander hemellichaam werd ingevangen, wat nu de
huidige maan is. In zeker opzicht sluit dit aan bij een vondst die in 1997
in Mexico werd gedaan. Dichtbij de Chicxulubkrater in Mexico troffen
wetenschappers een ongemengde bodemlaag aan, waarin resten werden gevonden
van een meteoriet met daarboven een kleilaag die geen enkel fossiel bevatte.
Daaruit werd geconcludeerd dat deze dieren massaal werden uitgeroeid door
een meteorietinslag van ongekende omvang.
-
-
In eerste instantie moeten de omstandigheden
na die ramp verschrikkelijk zijn geweest. In de Germaans-Noordse mythologie
lezen we namelijk dat Ragnarok werd voorafgegaan door Fimbulvetr, de drie
jaar durende winter waarin alle eden der mensen verbroken werden. Uit die
lange winter zouden we kunnen afleiden dat de lucht zo verduisterd was, dat
de zon lange tijd verdwenen was. En toen die weer zichtbaar werd, bleek dat
het leven en daarmee het voedsel van deze vegetariërs voor een groot deel
vernietigd was. Daarom zegt de mythe dat de familiebanden hun betekenis
verloren, dat dochters hun moeders beschimpten, dat eerlijke mensen gingen
liegen en broers elkaar in talloze oorlogen doodden. Alle moraliteit
verdween. Uiteindelijk kwam de sneeuw van alle kanten binnenvallen. Maar
daarmee wordt reeds verwezen naar de ijstijden die pas veel later
ontstonden. We zijn dan al zoveel verder in de tijd, dat we de
gebeurtenissen daartussen moeten uitvergroten, ten einde de ontwikkeling
van Atlantis in een duidelijker perspectief te kunnen plaatsen.
-
-
De atlantiërs
-
-
EEN TIJDREKENING OM GEK VAN TE WORDEN
-
-
Bij de bespreking van Atlantis volg ik
voortdurend de indeling van de theosofie, aangezien die zonder mankeren
aansluit bij de oudste overleveringen zoals die over de hele wereld zijn
verspreid. Het enige probleem daarbij is, dat alle gebeurtenissen en rampen
nauwelijks zijn te dateren. De data die door de theosofie worden verstrekt,
wijken namelijk zo ver af van de wetenschappelijke tijdrekening, dat het
bijna onmogelijk is om de esoterische tijdrekening daarbij aan te passen.
Drie vergelijkingen maken dat duidelijk. De esoterie zegt dat de aarde in
totaal bijna 4½ miljard jaar zal bestaan, terwijl de aarde nu al zo
oud is volgens de huidige berekeningen. Ten tweede zou Lemurië zo’n 5
miljoen jaar geleden (theosofie) zijn overgegaan in Atlantis, terwijl die
overgang naar alle waarschijnlijkheid gemarkeerd wordt door de ramp die 65
miljoen jaar geleden (wetenschap) de dinosauriërs deed uitsterven. Ten derde
zou de eerste grote ramp in dat Atlantische tijdperk 800.000 jaar geleden de
aarde hebben veranderd, waarbij er wordt gesproken van het Mioceen. En dat
tijdperk plaatst de wetenschap tussen de 53 en 23 miljoen jaar geleden. Dat
betekent dat sommige esoterische getallen met de factor 13 tot 30 moeten
worden vermenigvuldigd.
-
-
 Omdat
ik de informatie uit de GL niet wil vervormen, geef ik de data van de grote
Atlantische rampen weer zoals ze in de GL worden vermeld. Daarbij kan de
lezer zelf een vertaalslag maken in de richting van de huidige tijdrekening.
Kaart 1 uit het boek ‘Atlantis’ van Scott Elliott laat zien hoe de aarde er
na de grote ramp uit zou hebben gezien toen Lemurië verging en Atlantis tot
ontwikkeling kwam. Kaart 2 is de situatie na de zondvloed van 800.000 jaar
geleden, bij welke ramp de grootste Atlantische beschaving ten onder ging.
-
-
AtlAntis is veel meer dan het eiland van Plato
-
-
Een en ander betekent dat het Atlantis van de
oudheid veel groter en ouder is geweest dan het eiland van Plato, dat 11.500
jaar geleden verging. Dat getal dat hij in Egypte had vernomen klopt wel
nauwkeurig, waarmee dat eilandje in de Atlantische Oceaan slechts het
allerlaatste overblijfsel was van een voorbije beschaving. Daar staat echter
iets anders tegenover. Want wie Plato’s verhaal leest door een esoterische
bril, ziet onmiskenbaar dat zijn visie volledig overeenkomt met de esoterie.
Ook hij plaatste het begin van die beschaving onnaspeurbaar ver terug. In de
Kritias schrijft hij namelijk dat de god Poseidonis in eerste
instantie de leiding kreeg over het (ei)land dat hij in 10 stukken
verdeelde. Daarbij ging het niet om een eiland, maar om de hele wereld, zie
kaart 1, in welke tijd de goden nog op de aarde leefden. De bijbel bevestigt
dat in Genesis 6, het huwelijk van de zonen Gods. Daarna kwam de zondvloed
van Noach die kaart 1 in kaart 2 veranderde, in welke tijd de mensen nog
reusachtig waren en vele honderden jaren oud werden. Weer later werd de
toren van Babel gebouwd (Gen.11). Dat symbolische verhaal vertelt ons dat de
mensen vóór die tijd nog één waren van taal en spraak, waarmee werd bedoeld
dat ze alleen telepathisch communiceerden. Daarna verstrooide de Here de
mensen over de hele aarde, waarna de verschillende talen tot ontwikkeling
kwamen. Plato beschreef na de goddelijke stichting van Atlantis een stad die
volgens de theosofie de hoofdstad was van de belangrijkste Atlantische
beschaving; zie het zwarte blokje op kaart 1. Daarna brak de zondvloed aan
die Zeus veroorzaakte toen de mensen slechter werden. Plato beschrijft dat
aan het einde van zijn Kritias en zegt daarbij dat Zeus een straf wil
uitvoeren, waarna het verhaal echter stopt. In andere mythen wordt de straf
van Zeus echter wel benoemd. Ook beschreef hij een veel latere oorlog,
waarbij de Atlantische veroveringsdrift door de inwoners van Athene een halt
werd toegeroepen. Zij kwamen van het grote eiland dat op kaart 2 met een
zwart blokje is weergegeven. Die hele ontwikkeling besloot hij met de vrij
recente ondergang van het laatste eiland dat 11.500 jaar geleden verzonk.
Dat eiland was alleen nog belangrijk omdat daar de laatste nazaten woonden
van de ten onder gegane Atlantische beschaving.
-
-
Het gebied
-
Dat Atlantische gebied wordt in de oud-Indiase
geschriften Kusha genoemd, terwijl de Indiase purâna’s spreken van één groot
vasteland dat uiteenviel in zeven schiereilanden. Een zekere Marcellus sprak
in de Grieks-Romeinse tijd van zeven eilanden die volgens de overleveringen
door één groot eiland werden gedomineerd;
zie kaart 2. Dit komt misschien
ongeloofwaardig over, in welk verband we kunnen denken aan
de beroemde kaart van de Turkse admiraal
Piri Reis. Deze in 1513 in Constantinopel op gazellehuid geschilderde kaart
die in 1929 werd ontdekt, geeft de westkust van Afrika aan, de oostkust van
Amerika en de noordkust van Antarctica. Verder zijn de Amazone en de
Falkland eilanden daarop getekend in een tijd dat Amerika nog niet was
ontdekt. Ook zien we daarop de zuidpool die voor het eerst werd bezocht in
1818, terwijl er bergketens op staan die pas in 1952 zijn ontdekt. Daar komt
nog bij dat de kust van Queen Maud Land niet na 4000 v.C. in kaart gebracht
kan zijn, omdat het gebied daarna onder ijs werd bedekt. Het ijsvrije deel
van Antarctica bevond zich toen nog ongeveer 3000 km noordwaarts buiten de
poolcirkel, terwijl boringen in het ijs van de Zuidpool laten zien
dat het op de kaart aangegeven land al 400.000 jaar met ijs is bedekt.
-
-
Omdat
elke kaart door zijn platte vorm een vertekende weergave is van de
bolvormige aarde, bleek het mogelijk te zijn de plaats te reconstrueren waar
die kaart werd getekend. Op de landkaarten die we op onze scholen gebruiken,
wordt de juiste vorm van de werelddelen zo goed mogelijk weergegeven. Maar
als gevolg daarvan zijn de polen aan de boven- en onderkant zo belachelijk
ver uitgerekt, dat ze altijd worden weggelaten. Deze kaart was echter
optisch juist, zodat die getekend moest zijn op een vaste plaats op aarde.
Op dat punt in het midden van de kaart is alles juist weergegeven, maar aan
de randen zijn de vertekeningen het grootst. Men heeft berekend dat die
kaart geprojecteerd moet zijn in Egypte, waardoor het oude astronomische
observatorium van Syene die plaats geweest kan zijn. Dan moeten we echter
concluderen dat men in de oudheid in staat was de aarde te bekijken vanuit
zeer grote hoogte.
-
-
Uit alles blijkt dat deze kaart van Piri Reis
heel oud moet zijn, waardoor het denkbaar is dat er op sommige plaatsen in
de wereld nog meer kaarten uit de oudheid zijn bewaard. De kaarten van
Scott-Elliott zijn naar zijn zeggen daarvan een voorbeeld. De hierna
volgende kaart geeft de wereldkaart aan, na de tweede Atlantische ramp die
200.000 jaar geleden plaatsgreep. Het centrale eiland in de Atlantische
Oceaan viel toen in twee delen uiteen, die volgens de Indiase overleveringen
Ruta en Daitya heetten. Ruta was het grootste eiland tussen Noord-Amerika en
Europa, terwijl Daitya het kleinste eiland daarbeneden is, tussen
Zuid-Amerika en Afrika. De een na
laatste ramp deed zich 80.000 jaar geleden voor waarbij Daitya verdween en
Ruta werd gehalveerd, zie kaart 4. Na die ramp was de wereld vrijwel gelijk
aan tegenwoordig, alleen de Sahara was een binnenzee. Tijdens de laatste
ramp die 11.500 jaar geleden plaatsvond, verzonk Ruta, waarna er niets meer
overbleef van de oude beschaving. Op grote schaal was die ramp
verwaarloosbaar, maar viel wel samen met (maakte een einde aan) de
laatste ijstijd.
-
-
Mythe of werkelijkheid
-
-
Daarmee zijn we toe aan de bespreking van
Atlantis, welke beschaving vele miljoenen jaren heeft geduurd. We zouden het
begin van dit Atlantische tijdperk samen kunnen laten vallen met het begin
van het Tertiaire tijdperk. Maar beter lijkt het mij om tussen Lemurië en
Atlantis een langdurige overgangsperiode te denken, waarna de Atlantische
beschaving zich gaat ontwikkelen. Dat maakt het dus onmogelijk om Atlantis
op het eiland te plaatsen dat Plato heeft genoemd. Zoals gezegd hechten
wetenschappers geen objectieve waarde aan de overleveringen uit de oudheid,
waardoor velen aannemen dat Plato een verhaaltje had verzonnen over
Atlantis. Toen men in 1967 op Thera (Santorini) in de Egeïsche Zee een
Minoïsche stad ontdekte die bijna 3500 jaar geleden in zijn bloeitijd had
verkeerd, was dat dus vrijwel zeker het eiland waarop Plato gezinspeeld had,
waaruit bleek dat de mededelingen van Plato aan de fantasie ontsproten waren
(Winkler Prins). Mensen die het met die conclusie niet eens waren, hebben
Atlantis elders gezocht en dat gebied naar hun inzicht soms ook gevonden.
Men kwam daarbij terecht in Troje, onder het zand van de Sahara woestijn, de
Libanese stad Baalbek, Sri Lanka, India, Groenland, het noorden van Zweden,
de Noordzee bij de monding van de Schelde, Maas en Rijn of Midden-Amerika.
Maar dat is allemaal veel te beperkt. Atlantis was niet ergens, maar het was
de menselijke beschaving gedurende miljoenen jaren.
-
-
De vraag waarom Plato op sommige punten niet
veel duidelijker was, is door Blavatsky beantwoord. Zij schreef daarover in
de GL: “Al het
voorafgaande was aan Plato en aan veel anderen bekend. Maar omdat geen
ingewijde het recht had alles wat hij wist te openbaren en te verkondigen,
kreeg het nageslacht alleen toespelingen. Omdat het doel van zijn onderricht
meer de ethiek dan de geografie en de etnologie of de geschiedenis betrof,
versmolt de Griekse filosoof de geschiedenis van Atlantis, die miljoenen
jaren omvatte, tot één gebeurtenis, die hij liet plaatsvinden op een
betrekkelijk klein eiland”. En
elders schreef zij: “De mythe van (de god) Atlas is een allegorie die
gemakkelijk is te begrijpen. Atlas stelt de oude continenten Lemurië en
Atlantis voor, verenigd en verpersoonlijkt in één symbool. De dichters
schrijven aan Atlas, een hoge wijsheid en een universele kennis toe, en
vooral een
grondige bekendheid met
de diepten van de oceaan,
omdat beide continenten rassen droegen die door
goddelijke meesters
waren onderwezen, en omdat beide waren verzonken naar de bodem van de zeeën,
waar zij nu sluimeren tot hun volgende herrijzing boven de wateren. De Atlas
was in de tijd van Lemurië een ontoegankelijke eilandpiek, toen het
Afrikaanse continent nog niet uit zee was verrezen. Het is het enige
westerse overblijfsel dat is blijven bestaan, onafhankelijk van het
continent waarop het derde Ras werd geboren, zich ontwikkelde en ten val
kwam, want Australië vormt nu een deel van het oostelijke continent. Nadat
de trotse Atlas volgens de esoterische overlevering voor een derde van de
omvang in de wateren was verzonken, bleven twee derden als erfdeel van
Atlantis over. Ook dit was bekend aan de priesters van Egypte en aan Plato
zelf, en alleen de plechtige eed van geheimhouding, die zich zelfs
uitstrekte tot de mysteriën van het neoplatonisme, verhinderde dat de hele
waarheid werd geopenbaard. Zo geheim was inderdaad de kennis van de laatste
eilanden van Atlantis – wegens de bovenmenselijke vermogens van zijn
bewoners, de laatste rechtstreekse afstammelingen van de goden of goddelijke
koningen, zoals men dacht – dat het openbaren van de ligging en van het
bestaan ervan met de dood werd gestraft.”
-
-
De mensen werden kleiner
-
-
De kapot geschoten beelden bij de stad Bamiyan
laten zien dat de mens steeds kleiner werd. Waren de cyclopen evenals de
dieren uit die tijd nog echte reuzen, de Atlantiërs waren al veel kleiner.
Wat dat betreft schreef Lobsang Rampa nadat hij eindeloos lang was afgedaald
het volgende. “Ik
zag uiteindelijk drie stenen sarcofagen voorzien van eigenaardige
inscripties. Ik keek erin, en toen ik zag wat daar lag snakte ik naar adem.
"Mijn zoon", riep de eerste abt, "dit waren de goden in ons land voor de
bergen kwamen. Kijk goed, want alleen ingewijden mogen ze zien. Drie gouden
naaktfiguren lagen voor me. Twee mannen en een vrouw. Zelfs de kleinste
details waren in het goud tot uitdrukking gebracht. De vrouwenfiguur was
zeker drie meter lang, de langste van de twee mannen was niet minder dan
viereneenhalve meter. Hun hoofden waren groot en de schedel liep enigszins
puntig toe. Ik zag een deksel naast de sarcofaag staan waarop een hemelkaart
was afgebeeld. Door mijn astrologische studie was ik bekend met de stand van
de sterren. Maar hier zag ik allerlei beelden die ik niet kende.”
-
-
In verband hiermee is er een vraagstuk dat al
evenmin is opgelost. Enerzijds verkondigt de Popol Vuh dat de apen van de
mens afstammen, anderzijds kent men in Tibet de yeti's. Deze zijn als volgt
door Lobsang Rampa beschreven. “Nadat
wij drie dagen hadden rondgesjokt over de Tibetaanse ijskoude hoogvlakte
werd de mist ineens ijler. Dertig hartkloppingen eerder hadden we nog
gehuiverd van de koude, nu vielen we ineens flauw van de warmte. De
plantengroei was hier zeer weelderig. Het was een vulkanisch gebied waar
overal bronnen uit de bodem opborrelden. Ik was bezig kruiden te verzamelen
toen een instinct me deed opkijken. Op geen zes meter van me af stond het
dier waarover ik zoveel gehoord had. In Tibet dreigen de ouders ondeugende
kinderen vaak met: "Pas op anders komt de yeti je halen". Ik vond het geen
plezierig idee. We keken elkaar aan, allebei roerloos van schrik. Het
vreemde dier wees naar me en maakte een zonderling miauwend geluid als van
een jong poesje. Het had bijna geen voorhoofd boven de bijzonder dikke
wenkbrauwen. De kin week terug en het wezen had opvallend grote tanden. Maar
afgezien daarvan vertoonde het sterke overeenkomst met de moderne mens. Ik
merkte op dat het wezen op de buitenkant van de voeten liep wat apen niet
doen. Toen slaakte de yeti een gil en sprong weg, de poten een voor een
verzettend zoals de mensen doen. Ik verbrak gelijktijdig alle
hardlooprecords de andere kant op. De volgende dag zagen we in de verte nog
een paar yeti's. De lama Mingyar Dondup vertelde me dat deze yeti's een
atavistische variëteit op de mens waren die zich anders had geëvolueerd. Ze
konden zich slechts in de meest afgelegen gebieden handhaven. Later zag ik
nog hun geraamten. Daaruit bleek dat sommigen zes tot negen meter hoog
geweest moeten zijn.”
-
-
In het tijdschrift X-factor nr. 23 werd er een
heel artikel gewijd aan deze beestmensen. Daarin staan foto's van
voetafdrukken en zelfs hun hele lichaam. Deze beestmensen schijnen buiten
het Himalayagebergte zelfs ook voor te komen in Noord-Amerika. De Tibetaanse
lama Dorje Lopu beweerde in 1953 dat hij in verschillende kloosters twee
gemummificeerde exemplaren van de reuzenyeti had onderzocht. Toen Tibet in
1959 onder de voet werd gelopen, werden alle kloosters geplunderd en veelal
vernietigd. Helaas is er daarna niets meer van deze mummies vernomen.
-
-
De Nepalezen onderscheiden echter drie
soorten. De kleinste is een meter groot en lijkt op een primitieve vorm van
de menselijke pygmeeën. Dit wezen heeft een rode vacht en kleine voeten en
houdt zich op in de betrekkelijk warme Himalaya-valleien, dat wil zeggen
reeds op drieduizend meter hoogte. De meest bekende yeti in Nepal en Tibet
is een schuw wezen met een manshoog postuur, een kegelvormige kop en een
roodbruine vacht. Op de sneeuwvlakten laat het de beroemde afdrukken met
twee tenen achter. De grootste van allemaal is drie meter lang, een donkere
vacht en zeer grote voeten. Hij wordt alleen gesignaleerd in de meest
onbegaanbare gebieden van Tibet, Bangladesh tot aan Noord-Vietnam toe. In
Tibet komt hij niet beneden de zesduizend meter. Zij zijn het gevaarlijkst,
want heel veel ongelukken in de bergen zijn aan deze wezens te wijten.
-
-
In het Tibetaanse dorp Thang zijn eens een
groot aantal yeti’s verschalkt door een list van de bewoners. Zij hadden
enkele yak-koeien gestolen, maar lieten zich overdag niet in het dorp zien.
Het dorpshoofd ging ervan uit dat ze nieuwsgierig waren en vanuit de hoogte
toekeken wat er in het dorp zou gebeuren. De dorpelingen zetten toen grote
kommen thee neer en hielden vlak onder de rots waarboven ze zich
schuilhielden een schijngevecht met stokken en sloegen er zogenaamd flink op
los, terwijl ze luidruchtige vreugdekreten slaakten. Zodra de duisternis
viel, vulden de dorpsbewoners de potten echter met arak en legden scherpe
messen en korte zwaarden neer. 's Nachts kwamen de yeti’s terug en raakten
totaal beneveld van de sterke drank. Daardoor werden ze vechtlustig en
sloegen erop los met de scherpe wapenen, met als gevolg dat er doden en
gewonden vielen. Verschrikt maakten de overlevenden zich uit de voeten en
kwamen nooit meer terug.
-
-
Dit verhaal werd verteld door de Nepalese
vertegenwoordiger van de vorige Dalai Lama. Voor zo ver hem bekend was,
heeft er ooit een bloedmenging plaatsgevonden tussen de yeti’s en de mensen.
Een klein meisje raakte ooit spoorloos en kwam pas jaren later terug in het
dorp. Zij stootte slechts vreemde klanken uit en was zwanger. De geboorte
van haar zoon kostte haar het leven, want de baby was erg lang en bleek
later zelfs achterlijk te zijn. Toen deze jongen was opgegroeid waren zijn
kinderen reusachtig groot en zo harig, dat de dorpelingen er zich voor
geneerden. Ze verborgen die kinderen voor de Tibetaanse buitenwereld, omdat
die mensen dan zouden kunnen denken dat ze zich hadden afgegeven met de
yeti’s. “Maar”,
zo zei de lama, “wij
houden ons van de domme en vertellen het niet aan de westerlingen. Die
zouden dan weer met hun expedities onze rust komen verstoren en daar zijn we
niet op gesteld.” Zijn dit
dezelfde “apen” die volgens de Popol Vuh van de mens afstammen?
-
-
Atlantische onderrassen
-
-
Zeven rassen
-
-
De theosofie verdeelt de Atlantische
beschaving in zeven rassen, te weten het Rmoahalische, Tlavatlische,
Tolteekse, Turanische, Semitische, Akkadische en het Mongoolse ras. De
zwarte mensen zouden van de laatste Lemurische rassen afstammen, de rode
mensen van de eerste drie Atlantische rassen, de gele mensen van de laatste
vier, en de blanke van de Arische beschaving. Hierover is zo vaak iets
geschreven dat in deze tijd tendeert naar rassendiscriminatie, dat het
spreken hierover besmet terrein is geworden. Toch zie ik in deze bespreking
geen problemen, mits we hierbij geen normen hanteren in termen van hoger- of
lagerontwikkeld. Van deze rassen bespreek ik alleen het derde ras van de
Tolteken. Want hoewel elk ras op zijn
eigen manier belangrijk is geweest, heeft de beschaving van het derde ras
zo’n grote invloed gehad, dat veel overleveringen naar die tijd teruggaan.
Daarbij gaat het uiteraard niet om de Tolteken uit de recente geschiedenis,
maar om hun verre vóórvaderen uit Atlantis. Volgens de theosofie ging dat
ras ten onder als gevolg van de grote zondvloed 800.000 jaar geleden, wat in
de moderne opvatting dus miljoenen jaren is.
-
-
De Atlantische Tolteken
-
-
De
Spanjaard Hernando Cortez reisde in het jaar 1504 af naar Haïti, waarna hij
in 1519 naar Mexico werd gestuurd met vijfhonderd soldaten en ruim honderd
zeelieden. Aan de Golf van Mexico stichtte hij de stad Veracruz, van waaruit
hij optrok naar de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan, de plaats waar nu
Mexico-stad ligt. Aanvankelijk werd Cortez door de bevolking beschouwd als
de wedergekeerde blanke gebaarde god Quetzalcoatl. Volgens overlevering was
die ooit uit het oosten gekomen, had daarna in dit deel van Amerika de
beschaving gebracht, en was toen weer vertrokken na beloofd te hebben dat
hij zou terugkeren. Die gebeurtenis in een ver verleden had zo’n grote
indruk achtergelaten, dat de Azteken en andere stammen aanvankelijk vol
eerbied waren voor de blanke Spanjaarden die zoveel op de blanke
Quetzalcoatl leken.
-
-
De
esoterie verbindt deze overlevering met de wonderlijke situatie dat de
Azteken voor een groot deel dezelfde ceremoniën hadden als de katholieke
Spanjaarden. Deze Indianen vereerden het Egyptische kruis en pasten de doop
toe door met gewijd water op het voorhoofd en de borst een kruis te slaan.
Ze kenden de biecht, absolutie, het celibaat, kloosters, het vasten en de
priesterlijke huwelijksinwijding. En tijdens een religieus feest dat op het
laatste Avondmaal leek, werden bijzonder toebereide koeken uitgedeeld die
als het vlees van God werden beschouwd. Zij vereerden zelfs de moeder Maagd,
het heilige symbool van de ark des verbonds, terwijl hun schepper Teo
heette, wat wel heel erg veel lijkt op Deo (god) of Theo. Denk daarbij bij
voorbeeld aan de theosofie, de leer van het goddelijke.
-
-
Naast
deze Azteken waren er in Mexico volkeren zoals de Tolteken, de Olmeken, de
Maya’s en de Inca’s. Het is in dat verband opmerkelijk dat 13 tekens van het
Maya-schrift overeenkomen met de Egyptische hiëroglyfen. Ook valt op dat de
taal der Chiapensecs, een der oudste Maya-takken, enigszins overeenkomt met
het oud-Hebreeuws. En last but not least lijkt het Baskisch dusdanig veel op
één der Maya-talen, dat deze mensen elkaar enigszins konden verstaan. Dit
alles betekent dat er in de oudheid contact geweest moet zijn tussen
Europa/Afrika/Azië en Amerika. Wie de Egyptische annalen erop na slaat, kan
dan tot de conclusie komen dat Quetzalcoatl destijds uit Egypte was gekomen.
Die annalen kunnen we namelijk zodanig interpreteren, dat de “Amerikaanse”
Tolteken Egypte in de oudheid hebben gekoloniseerd, waarbij twee van de drie
piramiden van Gizeh zijn gebouwd vlak voordat er een zondvloed kwam. De
Egyptenaren op hun beurt hebben veel later in Midden-Amerika, waarschijnlijk
na een ramp, de verloren gegane beschaving aldaar hersteld.
-
-
De
hoofdstad van de Azteken (denk aan het verdwenen paradijs Aztlan) was in de
16de eeuw een enorme stad met tweehonderdduizend inwoners. Tenochtitlan lag toen op een eiland in het midden van een meer, waaromheen
een kanalennet was aangelegd dat naar een reeks kunstmatige eilanden leidde,
waar allerlei gewassen geteeld werden. In het midden bevond zich het
tempelcomplex met gebouwen die de vorm hadden van een trappiramide. Omdat
Cortez de Azteken als kannibalen beschouwde, liet hij de stad met de grond
gelijkmaken. Daar ligt nu de stad Mexico-City.
-
-
Het lijkt
er verdacht veel op dat de bouw van deze stad een herinnering was aan het
grote Atlantische eiland waarover Plato heeft geschreven. Vrij vertaald
staat er in de Kritias namelijk het volgende. Toen de god Poseidonis (de
beschikking over) Atlantis kreeg, lag er in het midden van dat eiland een
heuvel, die hij afgroef. Daar omheen legde hij gordels aan, beurtelings van
aarde en water. Sommige wat breder, andere wat smaller. Twee van water, drie
van aarde, op gelijke afstanden rondom het centrum. Daarna liet hij een
warme en een koude bron opwellen, waarna hij allerlei voedsel deed
ontspruiten.
-
-
Tekenaars
hebben daarvan de volgende tekening gemaakt. Waarschijnlijk heeft Plato met
een bepaald doel over deze stad en de Maya’s geschreven. Want meerdere
herinneringen aan een oude stad komen daarmee overeen, waarbij het gaat om
de stad der waterwerken die ook wel de stad der gouden poorten wordt
genoemd. Zo hadden de Tolteken hun stad, Tula of Tollan, waarbij we de
letter ‘o’ weg kunnen laten en dan tlan krijgen, net als aztlan. De Azteken
hadden hun heilige stad Tenochtitlan, in welke naam de stukjes ‘teo’ en tlan’
verborgen gaan. Titlan schijnt dan zoiets als stad betekend te hebben. En zo
lijkt het erop dat alle overleveringen uit Atlantis naar die stad, die
cultuur en die tijd verwijzen. Toen bisschop Landa, de Spaanse vernietiger
die Cortez bij zijn plunderingen begeleidde, de inheemsen vroeg wie de oude
ruïnes in Mexico gebouwd hadden, antwoorden zij hem “Toltecs”, wat zoiets
bekent als ‘kunstzinnige bouwers, vandaar de naam die Blavatsky aan die
meest oorspronkelijke beschaving heeft gegeven. Dat deze Atlantiërs niet
meer reusachtig waren, maar toch groter dan wij, blijkt wel uit deze drie
beelden die nog in de restanten van de oude stad Tenochtitlan staan. Het
valt op dat hun grootte overeen komt met de drie gouden naaktfiguren die
door Lobsang Rampa zijn beschreven. Hierna beschrijf ik wat de theosofie ons
leert van die tijd, waarbij ik volledigheidshalve opmerk dat mijn vrouw van
mening is dat die beschrijvingen gekleurd zijn door de wijze waarop wij in
deze tijd in het leven staan.
-
-
Aanvankelijk was deze Tolteekse beschaving verdeeld in een groot aantal
elkaar bestrijdende rijkjes. Maar een miljoen jaar (?!?) geleden ontstond er
na een reeks grote oorlogen een federatie met één keizer aan het hoofd,
wiens nazaten gedurende vele duizenden jaren vanuit de hoofdstad het
vasteland van Atlantis hebben bestuurd. Die keizers werden geadviseerd door
een groep hogerontwikkelde mensen die nu niet meer op aarde leven. Toen
misschien ook al niet meer, want de GL zegt dat de priesters uit die tijd
nog met de goden konden communiceren. Die taal, Senzar geheten, bestond niet
uit woorden, maar was een combinatie van klanken, getallen en figuren,
hetgeen uiteraard een telepathische afstemming op zeer hoog niveau vereiste.
De huidige mantra’s stammen daarvan af, met name het heilige “Aum”.
-
-
In dat
tijdperk werd de erfelijke opvolging ingesteld, waarbij de vader zijn zoon
voorbereidde op de zware taak die voor hem lag. Die stad lag op ongeveer 14o
NB en 40o WL en was gebouwd op de hellingen van een 150 hoge
heuvel, terwijl een bergketen een 900 meter hoog liggend meer vulde in het
westen van de stad. Dat meer zorgde voor de watertoevoer van de stad. De
hoofdaanvoerleiding die een doorsnede had van 15 bij 20 meter en door de
rotsen omlaag stroomde, kwam uit in een geweldig reservoir, diep onder het
paleis van de keizer, dat op de top van de heuvel lag. In het midden der
paleistuinen welde een grote waterstroom op die door vier kanalen naar een
omringende gracht liep. Drie kanalen leidden van daaruit het water door de
stad naar even zoveel watervallen die een stelsel van drie concentrische
kanalen vulden. Het vierde en laagste kanaal voerde het overtollige water af
naar zee. Dit stelsel had een lengte van 16 bij 20 km. waarbinnen de
talrijke inwoners van water werden voorzien.
-
-
De vrij
grote huizen die niet op elkaar gepakt stonden, bestonden uit vier blokken
rondom een centrale hof waar weer een fontein spoot. Een bijzonder kenmerk
was de toren die aan een der hoeken of uit het midden van een der blokken
omhoog rees. Een spiraalvormige trap die aan de buitenzijde was gebouwd,
leidde naar een bovenverdieping waar een toren eindigde in een puntige kap.
Dit bovengedeelte werd algemeen als waarnemingstoren gebruikt. De huizen
waren fel gekleurd, terwijl de vensters waren gemaakt van een stof die iets
minder doorschijnend was dan glas. Het meubilair was weinig verzorgd. De
tempels waren enorme zalen die te vergelijken waren met de Egyptische
tempels, waarbij de zuilen niet rond maar vierkant waren. Omdat deze
Atlantiërs een goed gevoel hadden voor kleuren, versierden zij hun huizen
met schitterende tinten. De schilderkunst stelde echter betrekkelijk weinig
voor, evenals de kwaliteit van de muziek. De beeldhouwkunst floreerde
daarentegen wel.
-
-
In het
“communistische” systeem werd de opbrengst van het land verdeeld onder de
bewoners, welk systeem werd volgehouden tot de Incabeschaving. Er waren in
die tijd geen winkels, want alles werd op een vastgestelde tijd particulier
verkocht op een soort marktplaats in de stad. Er was veel goud en zilver,
maar als betalingsmiddel gebruikte men gestempelde stukjes metaal of leer
met een aangegeven waarde. Ze werden in het midden doorboord en zo
aaneengeregen. Niemand maakte meer aan dan de tegenwaarde aan goederen
waarover men beschikte. Doordat een bepaalde mate van helderziendheid nog
normaal was, fraudeerde niemand. Vee werd in kudden gehouden, maar die
dieren waren nog half wild. De leeuw was nog niet ver genoeg ontwikkeld als
huis- en trekdier, waardoor hij later verwilderde. De huisdieren leken op
een soort waterzwijnen die alles opvraten wat er op hun weg kwam. Ook waren
er katachtige en wolfachtige dieren in de omgeving. De ruwe Tolteekse wagens
met hun schijfwielen werden getrokken door ongure dieren die leken op kleine
kamelen. De Peruaanse lama's zijn daar vermoedelijk afstammelingen van.
-
-
In dit
derde onderras incarneerden enkele grote wijzen. Als voorbeeld geldt
Asûramâyâ die de mensheid de kennis geleerd zou hebben van de astrologie.
Hij schonk die leer aan de inwoners van Ruta, van wie het later overging op
de oude Egyptenaren. In het begin bloeide de wetenschap nog weldadig. De
landbouw werd geperfectioneerd in die zin dat nieuwe graansoorten werden
geteeld en andere vruchtbomen werden gekweekt. Zo werd de zaadloze banaan in
duizenden jaren tijd gekweekt uit een meloenachtige plant met veel zaden. De
landbouwgronden werden vruchtbaarder gemaakt, licht werd toegepast bij de
groei van dieren en planten, en ziektekiemen werden uitgeroeid. Ook werden
er betere diersoorten gefokt. Door de bloei der wetenschappen kreeg men veel
inzicht in de wetten van de natuur en haar verborgen krachten. Artsen waren
er nog niet, maar iedereen wist wat van geneeskunde omdat de occulte
eigenschappen van metalen, stenen en planten bestudeerd werden. Zelfs het
vermogen regen te maken was in die tijd niet ongewoon.
-
-
Na zo'n
100.000 jaren van bloei, trokken de goddelijke leiders zich terug, ziende
dat de tijd was aangebroken dat de mensheid moest leren alles zelf te doen.
Een lange reeks van zelfstandig opererende koningen brak toen aan, waarna
enkele groepen steeds ik-gerichter werden, als gevolg waarvan het contact
met de hogere bronnen verbroken werd. De psychische vermogens ontwikkelden
zich daardoor in negatieve zin, waardoor de zwarte magie tot bloei kwam. Dat
leidde uiteindelijk tot een scheiding, waarbij het contact werd verbroken
tussen een zich terugtrekkende groep die dat hogere contact nog wel in stand
hield en die nieuwe groepen. Uiteindelijk proclameerden de laatsten een
tegenkeizer, waarna de witte keizer zich vestigde in een Tlavatlische stad
die de residentie was geworden van een Tolteekse koning. De keizer was er
welkom, maar raakte al gauw geïsoleerd omdat ook de verbonden koningen in
die streken steeds meer hun eigen belang nastreefden.
-
-
In de
laatste periode voor de grote zondvloed nam de zwarte magie hand over hand
toe. De leiders in de stad maakten misbruik van hun bovennatuurlijke
vermogens, oefenden een waar schrikbewind uit en maakten zichzelf tot
voorwerp van goddelijke verering. De krachten die zij ontwikkelden, zijn te
ongeloofwaardig en walgelijk om hier te bespreken, maar leidden uiteindelijk
tot een veldslag die volgens de waarneming van mijn vrouw gebaseerd waren op
het misbruik van de verborgen krachten van het geluid. De ramp van
800.000(?!?) jaar geleden vernietigde de verworden stad. En hoewel de witte
keizer van de komende ramp op de hoogte was en maatregelen kon nemen, was
dit toch het einde van de Tolteekse beschaving.
-
-
De roodhuiden zijn in
deze tijd de beste vertegenwoordigers van deze Tolteken.
Het is daarom opvallend dat de Apache-Indianen, toen zij een foto zagen van
de Incastad Machu Picchu in de buurt van Cuzco, daarover het volgende
verhaal vertelden. “Wij leefden toen in het
oude land van het rode vuur. Lang vóór de zondvloed was de toegang tot onze
stad zodanig, dat men heel gemakkelijk kon verdwalen. In die tijd was ons
land het hart van de wereld, want alle volkeren kwamen erheen voor de
rechtspleging. De hoofdstad was geweldig groot en de schepen voeren bij de
havenmond vaak verkeerd, wanneer de juiste weg niet goed gewezen werd. Het
land zelf was niet zo groot, maar de bergen waren de hoogste van de
toenmalige wereld. In hun ingewanden huisde de god van het vuur die met zijn
woede het land vernietigde door vuur en dood te slingeren naar de mensen die
van schrik waanzinnig werden. Zij vluchtten en kwamen over zee naar het
westen. Daarna trok de zee zich weer terug en wij zagen de zee niet meer;
wij die ten tijde van de bloei de wateren der ganse wereld beheersten.”
-
-
Latere
beschavingen van hetzelfde ras waren van een geheel andere orde. Enige tijd
vóór de tweede ramp [200.000 (?!?) jaar geleden] construeerden zij de grote
gebouwen in Mexico en Peru, waardoor zij de kunstzinnige bouwers (toltecs)
werden genoemd. In diezelfde tijd vestigde een groep wijze mensen zich in
Egypte, waar twee van de drie piramiden uit Gizeh werden gebouwd. In de
wetenschap dat Egypte spoedig overspoeld zou raken, zie de derde kaart, werd
alle kennis van die tijd in de bouw van de grote piramide tot uitdrukking
gebracht. Hierbij werd men bijgestaan door de technische vaardigheden van
een buitenaardse beschaving. Met betrekking tot deze eerste Egyptische
beschaving lezen we in de Hitat: “De
eerste Hermes die in zijn hoedanigheid als profeet, koning en wijze de
drievoudige werd genoemd, las in de sterren dat de zondvloed zou komen.
Daarom liet hij de piramide bouwen.”
-
-
Op Ruta,
het noordelijke en grootste eiland, zie weer de derde kaart, kwam er na die
ramp opnieuw een Tolteekse beschaving aan de macht die het grootste deel van
dat eiland beheerste, in welke tijd alle latere rassen al tot ontwikkeling
waren gekomen. Het lijkt erop, dat de door Plato beschreven oorlog tussen
Athene en Atlantis naar die tijd verwijst. “Wat
was dat voor verhaal Kritias?” vroeg Amunandros. “Het ging over de grootste
en meest roemruchte daad die deze stad (Athene) terecht op haar naam heeft
staan, maar door het verstrijken van de tijd en het uitsterven van de
betrokkenen is het verhaal niet op de huidige dag bekend gebleven.”
Kritias vertelt daarna wat de priester daarover aan Solon heeft gezegd. “De
geschiedenis vertelt dat uw stad op een keer een geweldige troepenmacht tot
staan heeft gebracht die, komend uit de richting van de Atlantische Oceaan,
met veel bravoure tegen heel Europa en Klein-Azië optrok. Op het eiland
Atlantis bestond een machtig en indrukwekkend verbond van koningen die
heersten over het hele eiland. Bovendien voerden zij nog de heerschappij
over Libië tot aan Egypte. Op een gegeven moment maakte de hele
troepenmacht, in één leger verzameld, zich op om het hele gebied bij u en
bij ons en alles wat binnen de zeestraat ligt in één klap te onderwerpen.
Toen heeft de hele wereld kunnen zien tot wat voor moed en kracht uw stad in
staat was, want qua moreel en krijgskunde overtrof zij alle volkeren. Eerst
als aanvoerder van de Grieken en later, toen zij alleen kwam te staan omdat
anderen haar in de steek lieten, heeft zij de grootste gevaren getrotseerd,
de binnendringers overmeesterd en gezegevierd. Ons allen die aan deze kant
van de zuilen van Hercules wonen heeft zij in één groots gebaar bevrijd.
-
-
In die tijd namen in onze
stad zowel de vrouwen als de mannen aan de strijd deel. Het aantal van
20.000 hield men goed in de gaten, want nooit waren er meer. De bevolking
was in die tijd verdeeld in drie groepen, de krijgers, de handswerklieden en
de boeren. Niemand had persoonlijk bezit, want alles was gemeenschappelijk.
Doordat ons land zo vruchtbaar was, terwijl het grotere oogsten opbracht,
waren wij in staat een machtig leger te onderhouden. De Akropolis van Athene
zag er toen anders uit. De kale rots van nu is het gevolg van één nacht
uitzonderlijke regenval die haar aardlaag wegspoelde. De heuvel van de
Akropolis strekte zich daarvoor veel verder uit en was van boven vrijwel
geheel vlak. Aan de voet ervan woonden de ambachtslieden en boeren die het
land bebouwden. Op de top woonden alleen de strijders die rondom het
heiligdom van Athena leefden. Om hun woonplaatsen hadden zij een enkele muur
gebouwd. Bij de Akropolis was er destijds een grote bron die iedereen
voldoende water verschafte, terwijl er nu nog maar enkele kleine stroompjes
zijn.”
-
-
Plato beschreef daarmee
de grootsheid van het toenmalige Athene, terwijl de zwarte magie bloeide in
Amerika en culmineerde tot aan de ramp, die [80.000 (?!?) jaar geleden] de
aarde opnieuw reinigde, zie de laatste kaart. Het restant van de Atlantische
beschaving was daarna alleen nog te vinden op Daitya, het door Plato
beschreven eiland dat 11.500 jaar geleden ten onder ging. Met name dat
eiland wordt in deze tijd Atlantis genoemd, terwijl de theosofie leert dat
alle rassen van de huidige Arische beschaving op dat moment al lang geleden
tot volledige ontwikkeling waren gekomen. Daardoor bestond het ware Atlantis
ten tijde van de ondergang van dat eiland in feite al heel lang niet meer.
-
-
het Arische tijdperk
-
-
De vijf Arische rassen
-
-
Als we de indeling van de theosofie volgen,
hebben de in India en Amerika beschreven oorlogen uit de oudheid niet
plaatsgegrepen in Atlantis, maar in het Arische ofwel na-Atlantische
tijdperk. Blavatsky die haar kennis van
Tibetaanse geleerden had gekregen, kwam met een visie die alleen in de
vorige eeuw nog werd onderschreven door de geleerdste brahmanen. Omdat die
opvatting geenszins overeenstemt met de inzichten van de moderne wetenschap,
vermeld ik de volgende tekst uit het boek ‘Dokter uit Lhasa’. “Ik
riep me voor mijn geest hoe ik in die tijd een zeer jonge monnik in
opleiding was. De alleringewijdste, de Dalai Lama, had gebruik gemaakt van
mijn diensten als helderziende en me als beloning het recht verleend me
overal vrij te mogen bewegen.”
Op een keer zei de gids die hem overal rondleidde: “Lobsang
let op wat ik zeg. Ik wil je iets vertellen over de oorsprong van Tibet.
Wanneer je weggaat uit ons land zul je mensen tegenkomen die ons niet kennen
en die zeggen dat Tibetanen ongeletterde wilden zijn die duivels aanbidden.
Maar Lobsang, wij hebben een cultuur die veel ouder is dan enige cultuur uit
het westen.”
Enige tijd later liep de schrijver met zijn gids op de Tsjang Tang
hoogvlakte die ook Shamballah werd genoemd. Wekenlang hadden ze gereisd naar
het bevroren noorden en naderden op een bitter koude dag de plaats waar zij
bepaalde kruiden zouden gaan zoeken. Nadat ze door een mistveld gingen werd
het ineens veel warmer en plotseling stuitten ze op een vlakte van ongeveer
acht kilometer doorsnee. Aan de overkant zagen ze een immense ijsmuur en aan
de andere kant daarvan konden ze een stad zien, intact, zoals ze er nog
nooit een hadden gezien. Uit de gletsjer staken gebouwen. Sommigen waren
door de zuivere droge lucht van Tibet volledig in tact gebleven. De gids
verbrak de stilte:
“Mijn
broeders, een half miljoen jaar geleden was dit een aangename zeeplaats waar
wetenschappers van een ander ras en type leefden. Zij veroorzaakten met hun
experimenten een ramp waardoor de zee steeg en bevroor. Deze stad werd
overstroomd en bevroor daarna.”
Dit alles speelde zich af in de Arische tijd, omdat het Atlantische tijdperk
in de theosofische indeling toen al heel lang voorbij was.
-
-
Als we
vervolgens proberen de Arische rassen in kaart te brengen, worden de door
Blavatsky genoemde jaartallen opnieuw omringd met grote vraagtekens. Zij
plaatste de eerste vorming van het Arische ras 200.000 jaar voor de
Pliocene ramp van 800.000 jaar geleden, dat wil zeggen een miljoen jaar
terug. Maar in de huidige schaal begon het Plioceen niet 1 maar ruim 5
miljoen jaar geleden. Het is niet aan mij om dit probleem op te lossen. Het
zij zo.
-
-
1 Het eerste Arische onderras vond een miljoen (?!?) jaar geleden
zijn oorsprong aan de oevers van de centrale Aziatische zee, nu de
Gobi-woestijn. De esoterie leert dat het bijna 200.000 (?!?) jaar duurde
voordat er een ras tot ontwikkeling was gebracht dat de basis kon worden van
het vijfde ofwel Arische ras. De eerste emigratie in de richting van
Noord-India vond 850.000 (?!?) jaar geleden plaats. Men nam toen het Senzar
mee, de ingewijde priestertaal die over de gehele wereld bekend was aan de
hoogste ingewijden. Omdat in die tijd de grote ramp had plaatsgevonden die
de Tolteekse beschaving ten onder deed gaan, ging veel kennis verloren.
Daarom schrijft de GL: “De
wijzen van het vijfde ras, het geslacht dat werd gered en gespaard bij de
laatste wereldramp en het verschuiven van de continenten, hadden vele levens
doorgebracht met leren, niet met onderwijzen. Op elk gebied van de natuur
werden eeuwenlang de oude tradities getoetst, onderzocht en gecontroleerd op
basis van onafhankelijke helderziende waarnemingen van grote adepten
(meesters). Daarbij werd geen visioen aanvaard voordat het was gecontroleerd
en bevestigd door de visioenen van andere adepten, zodanig dat zij als
bewijzen konden dienen.”
Hieruit blijkt dat de kennis van het vijfde ras op basis van oude
overleveringen geheel opnieuw moest worden opgebouwd. Van dit eerste ras is
de hindoebevolking een overblijfsel.
-
-
2 Het tweede Arische onderras bestond uit de Chaldeeuwse,
Babylonische en Assyrische volkeren. Ook daarvan weten we vrijwel niets af
buiten de aantekeningen van Berosus (blz.23/24). Dat volk trok van
Centraal-Azië naar Afghanistan, Syrië en Arabië en onderwierp de daar
levende stammen. De Feniciërs, de oude Grieken en Egyptenaren kwamen voort
uit een vermenging van dit onderras met één der latere Atlantische
onderrassen. De beroemde Amerikaanse helderziende Edgar Cayce schreef over
die tijd: “De
mens bewoonde toen de Sahara en de gebieden rond de bovenloop van de Nijl;
de wateren van de Nijl stroomden eerder de huidige Atlantische Oceaan in,
dan dat ze naar het noorden stroomden. De wateren in de Tibetaanse en
Kaukasische gebieden stroomden de Noordzee in.”
Op geen enkele kaart is dat terug te vinden.
-
-
3 Het derde Arische ras is vrijwel alleen in de brokstukken van de
Zend-Avesta van de oude Perzen tot ons gekomen. Het werd geleid door
Zoroaster (Zarathoestra), die het spoor van het vorige ras volgde en zich
daarna vestigde in Afghanistan en Perzië waar hij bleef wonen. Hij is een
der oudste figuren uit de Arische geschiedenis. De Perzen plaatsten zijn
leven een paar honderdduizend jaar terug. Aristoteles dacht reeds aan 6500
v.C. en nu wordt Zoroaster geacht een tijdgenoot te zijn van de oudere
Grieken die rond 700 v.C. leefden.
-
-
4 Het vierde ras dat eindigde bij de Griekse en Romeinse volkeren
wordt in geen enkel verslag vermeld. Dat volk had wel een legende die zei
dat een deel van hun land zich eenmaal in de Atlantische Oceaan had
uitgestrekt en toen vernietigd werd. En in Wales circuleerde de overlevering
dat er drie aardrampen zijn geweest.
-
-
5 Het vijfde en huidige ras heeft reeds vele volkeren ontwikkeld,
maar is nog lang niet tot zijn recht gekomen. Onze beschaving heeft dus nog
enige tijd te gaan. We zouden verwachten dat dit vijfde ras reeds voorbij de
helft is van de Arische beschaving, maar de GL schrijft dat het midden van
het vijfde ras bijna is bereikt. De omkering moet daarom nog komen, zie mijn
boek de ‘UG, eerste hoofdstuk.
-
-
Verwijzing naar de tijden van weleer
-
Dat de
techniek in die tijden een grote hoogte bereikt moet hebben, lijkt wel vast
te staan. Misschien heeft de strijd tussen Râmachandra en de Râkshasa's die
in de Indiase bhagavad gîtâ wordt weergegeven gedeeltelijk een religieuze
achtergrond. Maar de Samsaptakabadha maakt ondubbelzinnig melding van
luchtschepen die door hemelse krachten werden voortgedreven. Zij
veroorzaakten een ontploffing die een gloed doet ontstaan van 10.000 zonnen.
De goden riepen uit: “Leg
niet de gehele wereld in as”.
In de Mahâbhârata vertelt Râmâyana over een reis aan boord van zijn voertuig
richting Sri Lanka, waarbij de bergen en rivieren in het noorden en het
einde van de reis staat beschreven. In datzelfde werk wordt ook gesproken
van vliegtuigen en verwoestende bommen die op de steden werden gegooid. In
de Madhava van Bhâvabhûti uit de 8e eeuw staat: “Een
luchtwagen, de pushpaka, brengt vele mensen naar de oude hoofdstad Avodyâ.”
In de Veda's worden vier soorten voertuigen onderscheiden: de vuurwagen, de olifanten-, meeuwen- en de ibiswagen. De in het Sanskriet geschreven Mausola
Purva vermeldt een onbekend wapen, een ijzeren bliksemstraal, een
reusachtige doodsengel die de rassen van de Vrishnis en Anhakas in de as
legde en uitroeide. De verteerde lijken waren onherkenbaar, haren en nagels
waren uitgevallen, aardewerk brak spontaan en de vogels werden wit. Al het
voedsel was besmet. Als bewijs hiervan werd in India een menselijk skelet
gevonden dat vijftig maal meer radioactief was dan normaal. De zigoerrat
Borsippa die geïdentificeerd wordt met de toren van Babel was zodanig
verkoold, dat alleen een reusachtige bliksemstraal of een atoombom dat kan
hebben veroorzaakt. Gaf Albert Einstein vlak voor zijn dood om al deze
redenen soms de mening te kennen dat de atoomkracht alleen maar was
herontdekt? Omdat men dacht dat de oude man zijn verstand had verloren werd
dat echter nimmer gepubliceerd. Ook mijn vrouw is dan seniel, want ook zij
zegt dat er nog niets wezenlijk nieuws is uitgevonden.
-
-
In het boek ‘Hopi’ lezen we over enigszins
vergelijkbare gebeurtenissen in Amerika. “Toen
al het overige leven was vernietigd, ging het ijs smelten. Maar nadat vele
generaties voorbij waren gegaan, kwam het kwaad weer terug onder de mensen.
Naarmate de technische kennis groter werd, verergerde met gelijke tred het
kwaad. In die tijd, zegt men, leerden de mensen steden te bouwen en zelfs te
vliegen. Voor dat vliegen werd gebruik gemaakt van de páduwvoda, een van
huiden gemaakt schild. Men kon daarop zitten en door het aanwenden van kwade
krachten verhief dit schild zich van de grond en was bestuurbaar in de
lucht. Steden werden door hele eskadrons overvallen en veroverd.
Vernietiging heerste alom op aarde.”
Het lijkt me niet toevallig dat ook de Hopi’s drie grote rampen kennen. Als
dat dezelfde drie zijn van de theosofie, vond deze ontwikkeling plaats
tussen 200.000 (?!?) en 80.000 (?!?) jaar geleden.
-
-
De theosofie vermeldt van die oeroude
beschaving dat het rijk reeds vliegtuigen bezat. Meestal konden er twee
passagiers in, alleen de grootste herbergden zes personen. Na het gouden
tijdperk werden die groter, waarna ze zelfs als slagschepen werden gebruikt.
Uit deze tijd stammen de grote oorlogen en luchtgevechten die in zoveel oude
werken worden beschreven. Men ontwikkelde toen houten en metalen
luchtwaardige slagschepen die tot honderd krijgers konden vervoeren. Het
hout werd zodanig geïmpregneerd dat het taai en buigzaam werd. Over het ruwe
geraamte van de luchtboot werden platen van metaal getrokken die met
elektriciteit aaneengesmeed werden. In de oudste tijden werden die
voertuigen nog met de wil bestuurd, maar later ontwikkelde men een ons niet
bekende kracht die op mechanische wijze werd opgewekt. Een sterke zware kist
stond als krachtvoortbrenger in het midden van de boot. Die was aangesloten
op twee horizontale stuwpijpen voor- en achteruit en acht verticale pijpen
die ofwel omhoog of omlaag spoten. De maximumsnelheid was 150km/uur, terwijl
de vlucht in golven ging, hoger en lager, maar nooit kwamen ze hoger dan 300
meter. Met de luchtstroom uit deze pijpen bevochten deze schepen elkaar. Ook
kende men in deze tijd reeds ontploffingsmiddelen, waarbij een gas kon
vrijkomen dat de mensen deed sterven. En met deze opsomming hebben we de
basis gelegd voor al die onbegrijpelijke technische vaardigheden waarmee
deze les begon.
-
-
Amar
-
Naar mijn informatie zou er vlak voor de
laatste ramp een beschaving zijn geweest die Amar heette. Buiten Amar
speelden de vrouwen bijna overal de hoofdrol. Ze werden door de veel
zwakkere mannen vereerd, wat een overblijfsel was van de aanbidding van het
vrouwelijke aspect der natuur. De vrouwen uit die tijd namen het voortouw,
omdat de mannen de verantwoording voor de dagelijkse gang van zaken niet
konden dragen. Onderdanig als ze waren, deden ze alleen wat ze moesten doen
en keken niet verder dan een enkele dag vooruit. Eten en drinken was hun
primaire behoefte. In Amar speelden de mannen al wel een hoofdrol. Maar die
maatschappij was niet harder dan de culturen waarin de vrouwen dominant
waren, want ook de Amariaanse mannen waren vrij passief. Men leefde in
groepen van ongeveer 500 mensen en woonde in stenen huizen waarvan de stenen
in de zon gebakken werden. De klei die we nu niet meer kennen, leek op leem.
Deze werd uit rivieren gegraven en daarna met een grondstof gemengd die uit
de vulkaan werd gehaald. Van die klei werden blokken gemaakt die op elkaar
gestapeld huizen van zeer goede kwaliteit opleverden. Men paste zelfs glas
toe in die huizen, want er waren metalen "machines" om glas te maken. Tot
zover is alles redelijk verklaarbaar, maar door mijn gebrek aan
technologische kennis kan ik het volgende niet oplossen. Op sommige plaatsen
stonden metalen kubussen opgesteld, met de punt naar beneden. Onderaan de
kubus liep een koperen leiding naar een apparaat waarin “zonnewarmte werd
vermeerderd door splitsing van datgene dat opgevangen werd.” Deze
formulering zegt mij niets, maar ik vond het opvallend bij Cayce te lezen,
dat de Atlantisbewoners het geheim kenden van het opvangen van
zonne-energie. Volgens hem wisten zij deze te concentreren in een steen met
magnetische eigenschappen, zodat deze meer energie uitzond dan werd
opgevangen. De zonne-energie, zo werd mij medegedeeld, werd gebruikt om de
pompen aan te drijven waarmee het drinkwater uit de grond werd gehaald.
Omdat de zon altijd scheen was er genoeg.
-
-
De laatste ramp
-
-
Plato is niet de enige die spreekt van een
legendarisch land dat ten onder ging door een verschrikkelijke ramp, ruim
9000 jaar vóór zijn tijd. Ook Midden-Amerika kent zo’n verhaal. De Franse
natuurkundige Le Plongeon vond in het begin van de 20e eeuw in
Mexico de Troana Codex waarin stond dat er in de Grote Oceaan ooit een
continent was dat Mu heette. In het jaar 6 Kan op de 11e Muluc van de maand
Zac begon een vreselijke aardbeving die tot de 13e Chuen duurde. Het land
van de modderheuvels Mu werd vernietigd nadat het tweemaal omhooggeheven
was. Het verdween toen plotseling gedurende de nacht, terwijl het gevormde
bassin voortdurend door vulkanische krachten bewogen werd. Daar zij zich
beperkten tot een bepaalde plaats, waren zij oorzaak dat het land op
verscheidene tijdstippen!!! en op verschillende plaatsen zonk en weer omhoog
geheven werd. Ten slotte viel de oppervlakte weg en tien stammen werden van
elkaar gerukt en verspreid. Niet in staat de kracht van de bevingen te
weerstaan verzonken zij met hun 64 miljoen inwoners. Ter vergelijking halen
we de tekst van Plato er bij. “Daarom
is de zee daar ontoegankelijk. Er ligt een geweldige hoop modder in de weg.
Die wierp het eiland op toen het verzonk.”
Hierbij aansluitend is het vermeldenswaardig dat het eerste jaar van de
Zoroastrische kalender, de jaartelling van de Parsen, begint in 9600 v.C.
Toen hun tijd begon te tellen, had de laatste ramp zich blijkbaar net
voltrokken.
-
-
De toestand vóór die ramp zien we op de vierde
kaart. In die tijd kwam er zo’n plotselinge klimaatverandering dat duizenden
mammoeten op slag in het huidige Siberië werden ingevroren. Volgens de
berekeningen van prof. Much greep die plaats in het jaar 8496 v.C. In die
tijd zou er een gigantische planetoïde met een doorsnede van 10 km zijn
ingeslagen. Siberië dat in de laatste ijstijd veel warmer was dan nu,
veranderde op slag in een ijsvlakte, waardoor de mammoeten bij verrassing
massaal werden ingevroren. Zelf nog in deze tijd vindt men slagtanden of
complete dieren. Een deel van de zuidpool dat in de laatste ijstijd nog
ijsvrij was, werd daarna onder een dikke ijskap verborgen. Zou er geen
verband zijn?
-
-
Verder is het alleszins denkbaar dat de
Europese paling om die reden ten zuiden van de Bermuda eilanden in de
Sargassozee wordt geboren. De jonge glasaaltjes steken eerst de Atlantische
Oceaan over naar Europa ten einde daar uit te groeien. Aan het eind van hun
leven zwemmen zij vervolgens volgevreten terug tegen de stroming in om te
paaien, waarna ze in de Sargassozee sterven. Twee trektochten van continent
naar continent is het doodvermoeiende lot van elke West-Europese paling. In
het licht van die ramp wordt die trek wellicht wat begrijpelijker. Het dier
dat vroeger van Amerika naar de kust van Atlantis zwom om daar in het
rivierwater te paaien en op te groeien, moest na de ondergang van dat eiland
doorzwemmen tot de kusten van Europa om zoet water te vinden.
-
-
Opmerkelijk is in dat verband de geschiedenis
van de stad Akakor die 14.000 jaar geleden werd gesticht in een hooggelegen
dal in de bergen langs de grens van Peru en Brazilië. Dit alles lezen we in
het boek ‘De kroniek van Akakor’. Aan drie kanten beschermd door de rotsen,
loopt het oosten langzaam af tot het grote bosgebied, waardoor de stad goed
te beveiligen was. Hun beschaving was opgezet door mensen die uit Schwerta
kwamen, een plaats ergens in het heelal. Ineens verdwenen zij, waarna de
wonderlijkste tekenen aan de hemel kwamen. De sterren glansden mat, vuur
hing in de bomen, de zon verdween, vloeibaar hars droop uit de hemel,
onbekende voorwerpen trokken voorbij, de bloedtijd begon. Er was in die tijd
namelijk een ander godenvolk dat in vijandschap leefde met het volk dat de
Ugha Mongulala verlaten had. Die roodachtige mensen waren dichtbehaard en
hadden geen zes vingers en tenen zoals hun helpers, maar vijf. Met wapens zo
heet als de zon, verbrandden zij de wereld en probeerden de macht over te
nemen. De planetarische oorlog die daarvan het gevolg was, deed de Ugha
Mongulala in 10.481 v.C. bijna ten onder gaan, maar de onderaardse steden en
gangen redden hun leven in die ramp die dezelfde geweest moet zijn als door
de Maya’s en Plato is beschreven. De catastrofe was verschrikkelijk, want
zelfs de onderaardse schuilplaatsen begonnen te wankelen. Eerst waaide er
een verschrikkelijk koude wind over de aarde en daarna was het vreselijk
heet. Lange tijd regende het, waarna de aarde heel geleidelijk tot rust
kwam. Hoge heuvels waren ontstaan waar voorheen geen bergen waren. Daarna
ging de Amazone één kant uitstromen, terwijl er enorme wouden ontstonden aan
zijn oevers. Alle bovengrondse steden inclusief Tiahuanaco waren grondig
vernietigd. De ondergrondse steden waren nog wel in tact, maar vele gangen
waren ingestort. Ook het geheimzinnige licht dat overal geschenen had, was
verdwenen.
-
-
Los hiervan is er onderzoek gedaan bij de stad
Tiahuanaco zelf. De fundamenten bewezen duidelijk dat het oorspronkelijk een
havenstad is geweest die door een formidabele ramp tegelijk met de kusten
van Zuid-Amerika bijna vierduizend meter omhoog was getild. Archeologen
ontdekten dat de indrukwekkende piramidevormige tempel die de stad beheerste
niet door de ramp was verwoest, maar onvoltooid was gebleven. Experts van
het Astronomisch Observatorium berekenden onmiddellijk dat men daaraan niet
later dan tot 9.000 tot 10.000 v.C. had kunnen werken. De Niagarawaterval,
vanaf de monding van de rivier tot aan de waterval, is 12.500 jaar oud. Dat
gebied moet dus door diezelfde ramp zijn opgeheven.
-
-
EINDCONCLUSIE
-
-
Gezien de overweldigende en steeds toenemende
hoeveelheid vondsten, die niet door de moderne wetenschap verklaard kunnen
worden, is het onvermijdelijk dat de traditionele visie op het verleden stap
voor stap zal moeten worden bijgesteld en worden aangepast aan de
werkelijkheid. Omdat er echter geen eenstemmigheid bestaat over wat Atlantis
is geweest, hebben allerlei helderzienden de ruimte gekregen om hun visie
daarover te laten schijnen. Sommigen zoals Cayce zullen in die visie serieus
genomen moeten worden. Maar veel moderne helderzienden verdienen de naam
helder-ziend niet, en maken met de meest onzinnige beschrijvingen dit
onderzoeksterrein soms meer dan belachelijk. Dat neemt echter niet weg, dat
de ware aard van het verleden al bijna niet te bevatten is.
-
-
Grofweg zijn er twee ingangen. Veel mensen
volgen de tekst van Plato letterlijk en denken bij Atlantis aan een enkel
eiland dat wel heel bijzonder geweest moet zijn. Op basis van dat
uitgangspunt zoeken sommigen naar de plaats van dat eiland, terwijl anderen
onderzoeken of ze daar soms hebben geleefd. In veel gevallen denken zij die
Atlantiërs de hoogste wijsheid toe. De tweede groep voegt de naam Lemurië
toe en verbindt de namen Lemurië en Atlantis met een bepaald tijdperk,
waarin iedereen volgens de reïncarnatieleer meerdere malen heeft geleefd.
Dat is mijn benadering. In dat opzicht geeft alleen de esoterie een
duidelijke opbouw en indeling, die in alle opzichten aansluit bij de
overleveringen uit de oudheid over de hele aarde verspreid. Persoonlijk ben
ik gesterkt in de globale juistheid van de theosofische visie door de
helderziende waarnemingen van mijn vrouw. Zij heeft nooit enig werk van de
theosofie gelezen, maar corrigeert bepaalde door mij geschreven teksten
zodanig, dat als ik de GL erop nasla, ik onmiddellijk mijn foute weergave
ontdek. Evenzeer geeft zij mij aan waar de theosofie naar haar inzicht te
vaag of zelfs niet volledig correct is. Zij is echter niet in staat om de
juistheid van de gegeven jaartallen te beoordelen, omdat ze beelden krijgt
en geen schematische indelingen in de tijd. Gezien het feit dat Blavatsky
stelde dat de door haar gegeven jaartallen overeenkomen met de brahmaanse
indeling die ooit door de grootste wijzen uit de oudheid is opgesteld,
blijft er weinig anders over dan te proberen die indeling aan te passen aan
de indeling van de wetenschap. Ik heb dat geprobeerd, maar moest daarin
vager blijven dan wenselijk was.
-
-
waren de goden kosmonauten?
-
-
In het jaar 1969 verscheen het boek “Waren de
Goden kosmonauten” van Erich von Däniken. Kernpunt van zijn theorie zijn
allerlei afbeeldingen en iconen van oude volkeren die op verschillende
manieren suggereren dat er in de oudheid sprake was van contacten met
buitenaardse beschavingen. Talrijke verwijzingen zijn daarbij zo
eensluidend, dat die niet gemakkelijk kunnen worden afgedaan als toeval. De
opvatting van von Däniken sluit aan bij de onze, hoewel er enkele kleine
verschillen zijn. In onze visie zijn er twee verschillende soorten goden,
terwijl de evolutie op aarde wel is beïnvloed maar niet gemanipuleerd door
wezens die van andere stelsels komen.
-
-
De goden uit de begintijd waarnaar de bijbel
en andere geschriften verwijzen, leefden gelijktijdig met de eerste mensen,
in welke fase de mensheid nog niet volledig verstoffelijkt was. In de tijden
daarna dat er nog hogerontwikkelde mensen waren, zijn die “aardlingen” nooit
met de techniek in verband gebracht. In het kader van de evolutie hadden zij
alleen een scheppende functie. In veel latere tijden toen de mensheid
langzamerhand tot ontwikkeling kwam, waren er nog wel enkele
hogerontwikkelde mensen overgebleven. En die stonden op een natuurlijke
wijze in contact met enkele buitenaardse beschavingen. Volgens een aantal
overleveringen hebben die wezens bepaalde beschavingen tot grote hoogte
gebracht, terwijl ze meerdere malen een oorlog op aarde hebben uitgevochten.
Alle overleveringen die verwijzen naar wapens en hogerontwikkelde technieken
verwijzen naar dergelijke beschavingen. Zo lezen we in de Arabische Hitat
dat Hermes of Saurid de piramide liet bouwen met magische krachten, wat een
verwijzing is naar de samenwerking met een buitenaardse beschaving. De
bedoeling daarvan was alle kennis van die tijd (in steen) vast te leggen.
-
-
In
sommige geschriften is de aanwezigheid van dergelijke wezens duidelijk
beschreven, in andere werken lezen we al gauw over een enkele aanwijzing
heen, waarvan een voorbeeld. De god Quetzalcoatl die de Azteken hun schrift
en tijdrekenkunde had gegeven, werd door de Quiché-Maya’s Cucumatz genoemd,
terwijl hij in Chichen Itza de stad van de Yucatan-Maya’s Kukulhan heette.
Hij kwam uit het oosten en wordt beschreven als een blanke man met een lange
golvende baard, terwijl de Indianen uit Amerika baardeloos zijn. Toen zijn
heerschappij werd vernietigd door Tezcatlipoca, moest hij Mexico verlaten,
waarna hij terugvoer in een boot die bedekt was met slangevellen. In de stad
Coatzecoalcos (heiligdom der slangen) beloofde hij terug te zullen keren om
de heerschappij van Tezcatlipoca omver te werpen. Zijn naam moet vertaald
worden als rokende spiegel, wat niet voor misverstand vatbaar is. Schrijnend
is dat de Azteken geloofden dat met de komst van de Spanjaarden de oude
voorspelling uitkwam. Maar met hun rokende geweten en Europese ziekten
vernietigden ze dat volk bijna. In dit werkje is meerdere keren verwezen
naar dergelijke contacten en rampen die dergelijke wezens veroorzaakt
hebben. In deze tijd lijkt het er meer op dat zij ons waarschuwen niet
dezelfde fouten te maken.
-
-
-

-
|